Categoriearchief: cultuur

Cultuur, we zijn ermee omringd en ervan doordrongen. Misschien is dit de reden waarom we er zo weinig écht bij stilstaan.

schelden doet geen pijn

Een van de wijze lessen van mijn ouders was ‘Schelden doet geen pijn.’ Destijds begreep ik dit niet. Schelden deed immers wel pijn, niet fysiek maar emotioneel. Ik voelde me sociaal afgewezen door de scheldwoorden die werden gebruikt. Hoe groot de impact van sociale afwijzing is ben ik pas echt goed gaan begrijpen toen ik me verdiepte in de vraag waarom bepaalde woorden als kwetsend worden ervaren, zoals het woord neger. Het confronteert je met sociale afwijzing die je niet zelf hebt veroorzaakt. Persoonlijk heb ik met onterechte afwijzing leren omgaan door me minder afhankelijk te maken van de goed- en afkeuring van anderen. Hierdoor begrijp ik nu beter wat mijn ouders zeiden ‘Schelden doet geen pijn.’

Zie ook: discriminatie en racisme

segregatie

Tot mijn negentiende kende ik eigenlijk alleen Nederlanders die via een lange lijn van voorouders waren geworteld in de Nederlandse cultuur. De nationale kleur die ik daardoor heb gekregen vermengt zich steeds meer met die van Nederlanders met historisch minder diepe wortels. Deze integratie gaat niet vanzelf. Ik kies ervoor om de angst voor het onbekende en de eruit voortkomende weerzin onder ogen te zien. Anderen kiezen voor de gemakkelijke weg van humanistische eigenwaan en cultuurrelativisme of voor de conservatieve wereld van hun roots. Het gevolg is segregatie, naast elkaar levende bevolkingsgroepen die elkaar discrimineren en vervolgen.

Zie ook:
integratie
integratieproces
kosmopolitische idealisten

smeltkroes

Bang voor onzekerheid hechten we ons aan alles wat een gevoel van zekerheid geeft, zoals cultuur, godsdienst en tradities. Zekerheden die ons opsluiten in een bubbel van eigenwaan en die ertoe leiden dat we onszelf moreel superieur voelen. Het is dit superioriteitsgevoel waartegen ik me sinds mijn jeugd verzet. Niet door me tegen personen te keren maar door me te verdiepen in hun zekerheden. In de smeltroes van zekerheden ontdekte ik vervolgens de rijkdom van de onzekerheid, van mogelijkheden in plaats van feiten, van ideeën in plaats van standpunten, van vragen in plaats van antwoorden, van verbinding in plaats van tegenstelling.

Zie ook: mogelijkheden

ik en/of wij

Ik heb het niet zo op groepen. Waar ik vooral moeite mee heb zijn mensen die hun individualiteit opgeven en zich blind overgeven aan de normen en waarden van een groep zoals die van een sekte. Dit betekent niet dat ik het individu boven de groep plaats. De wereld is als een ouderwetse weegschaal. Ik en wij staan ieder aan één kant van de weegschaal. Slechts in het midden vind je hun echte waarde. Deze ontdek je door het gewicht los te laten dat je aan je persoonlijke identiteit en aan je groepsidentiteit hecht. Wanneer je dit doet besef je dat je in je leven niet dient te kiezen voor ik óf wij maar voor ik én wij, dat je twee verantwoordelijkheden hebt. In de wisselwerking tussen deze verantwoordelijkheden ervaar je de spirituele aard van ik en wij.

Zie ook:
antidogmatisch
medeverantwoordelijk

oeroud racisme

Racisme is van alle tijden. Zo is er een wijdverbreide opvatting dat homo sapiens vanaf haar komst in Europa superieur was aan de neanderthaler mens. Dit ondanks onderzoeken waaruit blijkt dat de neanderthaler mens een eigen cultuur had. Ze begroeven bijvoorbeeld hun doden en gaven ze grafgiften mee, ook beschikten ze over werktuigen, wapens, kralen, lijm en touw. Het enige dat je achteraf over het verschil tussen beide rassen kunt zeggen is dat ze een ander uiterlijk hadden en dat de integratie van beide rassen ten gunste van homo sapiens is beslecht. De verschillen waren namelijk niet zo groot dat er geen fysieke vermenging kon plaatsvinden. Twee tot vijf procent van ons DNA stamt af van de neanderthaler mens. De integratie heeft echter niet lang genoeg geduurd en was niet wijdverbreid genoeg om voor een groter aandeel van het neanderthaler DNA in ons DNA te zorgen. Het zou ook kunnen dat er duizenden jaren geleden al sprake was van rassendiscriminatie.

Zie ook: Neanderthalers 2.0

discriminatie en racisme

Discriminatie ‘ongelijke behandeling’ stamt van het Latijnse discriminare ‘scheiden, onderscheiden’. Racisme is de doctrine dat menselijke eigenschappen worden bepaald door ras of afstamming. Een ras is een groep mensen die gekenmerkt wordt door biologische eigenschappen. Rassendiscriminatie is onderscheid maken tussen mensen op grond van ras of afstamming en hen op grond daarvan anders behandelen dan anderen.

Er is iets dat mij irriteert in het discriminatie en racisme debat. Om vast te kunnen stellen wat mij irriteert heb ik eerst de betekenis van de meest gebruikte begrippen vastgesteld. Daarna heb ik mijn irritatie onderzocht. Wat mij irriteert is dat er in de discussie weinig aandacht is voor de vraag waarom we onderscheid maken tussen mensen. Ik kom tot vier belangrijke redenen. We zijn als dier voortdurend alert op alles wat afwijkt van het normale omdat het gevaarlijk zou kunnen zijn. De tweede reden is dat we ons beter willen voelen dan anderen. Dit superioriteitsgevoel creëert een mantel van zekerheid waarin we ons veilig wanen. De derde reden is dat we graag bij een groep willen horen. Om de groepsband te versterken dehumaniseren we andere groepen door ze een etiket op te plakken. De vierde reden is dat zwart-wit denken minder moeite kost en gemakkelijker is dan zelfreflectie en zelfkritiek. Terwijl ik hierbij stil sta denk ik aan de momenten dat ik zelf gediscrimineerd ben. Op de lagere school werd ik buitengesloten omdat ik het zoontje was van de hoofdonderwijzer. Op de middelbare school omdat ik geen atleet was. Nadenkend over hoe er op mij werd gereageerd besef ik dat er veel discriminatie en racisme verborgen zit in scheldwoorden als: rooie, zwartje, dom blondje, schele, nerd, manke, lange, vetzak, stijve hark, flikker, boerenkinkel, doos, hockeytrut, krielkip, mongool, sambalvreter, spleetoog, pukkelbek, schijtluis, snotaap, zenuwlijer.

Zie ook: schelden doet geen pijn

het Amerika van Trump

Je begrijpt pas waarom Amerikanen Trump steunen wanneer je hem in de context van de Amerikaanse geschiedenis plaatst. Rond 1840 kwam de grote trek van arme streng gelovige Europese immigranten op gang. Bij hun aankomst hadden ze niets te verliezen, ze konden alleen maar winnen. Met de bijbel als moreel kompas zetten ze zich in voor hun droom van vrijheid en succes. Voor veel Amerikanen is Trump een exponent van deze inzet. Hij is: competitief, vastberaden, daadkrachtig en zeker van zichzelf. Met zijn inzet heeft hij de Amerikaanse droom waar gemaakt. Op grond daarvan mag hij zichzelf op de borst kloppen en openlijk met zijn bezit pronken. Hij mag zelfs liegen, grof zijn, seksistisch, racistisch en hij mag de wet verkrachten om collaborateurs te beschermen. Dit alles wordt hem vergeven zolang hij er maar voor zorgt dat de overheid zich niet met hen bemoeit, hun financiële belangen beschermt en hun conservatief christelijke principes in beleid omzet.

Zie ook:
the American Bubble
the ballad of Lucy Jordan
het China van Xi Jinping