romantiek

Na de emotionele explosie van de Franse revolutie begon rond 1800 de periode van de romantiek: terug naar de natuur. Naar het natuurlijke paradijs dat open staat voor de ongecompliceerde mens. Het gevoel, de subjectieve ervaring, werd het nieuwe criterium aan de hand waarvan het leven werd beoordeeld. De romantiek is nog steeds springlevend. Er zijn nog altijd grote groepen mensen op zoek naar de reikwijdte en diepgang van hun gevoel. De een doet dit door zijn natuurlijke driften uit te diepen. Een ander gaat op zoek naar het zachte geluk. Weer een ander zoekt het in de esoterie. Velen van hen zijn slaaf van hun eigen gevoel. Missen de aansluiting met het filosofische gedachtegoed uit dezelfde periode. Zo is er volgens Johann Gottlieb Fichte een synthese nodig tussen het ik en het niet-ik. Hegel werkte dit uit toen hij stelde dat in de synthese de eigenschappen van these en antithese behouden blijven. Voor de meeste gevoelszoekers is deze boodschap aan dovemansoren gericht. Zij zijn niet in staat een synthese tot stand te brengen tussen hun denken en voelen. Missen daardoor de aansluiting met het modernisme en postmodernisme.

Zie ook:
hopeloze romantici
drie-eenheid
postmodernisme