uitbundig

Ik ben geen uitbundig mens. Dit betekent niet dat ik niet gedreven, gepassioneerd en enthousiast ben. Ik verlies me echter zelden in vrolijkheid. Op de momenten dat ik uitbundig ben voel ik me achteraf vaak zwaarmoedig. Misschien wordt dit veroorzaakt door mijn opvoeding. Uitbundigheid werd niet gewaardeerd in ons gezin. Mijn vader was een drukbezet man die niet tegen drukte kon. Het zou ook kunnen zijn dat uitbundigheid mij confronteert met oppervlakkigheid waar ik een hekel aan heb. Het begrip uitbundig is een term uit de verkoop. De verkoper die de mooiste exemplaren uit een ‘bund’, een bundel, bovenop de stapel legt. Ik ben niet iemand die zich in het sociale middelpunt plaatst. Ik ben een graver, een introspectief mens die verder wil kijken dan de buitenkant. Ik kijk bovendien graag naar het totaal, naar dat wat alles met elkaar verbindt. Het begrip bund is taalkundig verwant aan het werkwoord binden. Ben ik dan toch een beetje uitbundig of kan dat niet ‘een beetje uitbundig’?