
Auteur: Willem Razenberg, mei 2026
Aan de hand van twaalf reeds eerder gepubliceerde columns ga ik in op wat mijn laatste woorden zouden kunnen zijn.
De columns zijn ongewijzigd overgenomen van de website. Ze zijn onafhankelijk van elkaar geschreven en vertellen daardoor soms meer dan nodig is voor dit blog.
Ik geniet minder lang van een resultaat dan in het verleden. Het is alsof ik opgejaagd word door het gevoel van: snel, nu kan het nog. Onder die druk heb ik hard gewerkt om de uitstraling en stabiliteit van de website te verbeteren en de dwarsverbanden tussen de columns te laten zien. Het is alsof ik alles opgeruimd en duidelijk wil achterlaten voor een volgende generatie.
Het gevoel van ‘snel, nu kan het nog’ schuurt en schrijnt. Waarom stop ik niet met schrijven en publiceren? Het idee om te stoppen is aanlokkelijk, maar toch ga ik door. Ik schrijf de boodschap van het leven op de muren van de dood. Muren die zich niets aantrekken van wat ik schrijf. Zij weten dat mijn tekens van leven een kort leven beschoren zullen zijn. Dat ze zullen worden overschreven met de graffiti van volgende generaties.
Een vraag die ik mezelf nu al een paar keer heb gesteld is: Waarom schrijf ik nog wanneer alles wat ik heb geschreven uiteindelijk zal verdwijnen? Ik sta stil en laat de vraag tot me doordringen. In eerste instantie denk ik: Belachelijk dat ik het nog doe! Bovendien: Wat voegt een enkele column toe aan wat ik al heb geschreven? Dan corrigeer ik mezelf: Het gaat niet om wat ik schrijf maar om het feit dat ik schrijf. Ik schrijf omdat ik vorm wil geven aan de scheppingskracht in me. Het maakt niet uit of ik dat doe door te schrijven of door iets anders. Ook al verdwijnt alles wat ik heb geschreven, het scheppend vermogen waarvan ik getuige ben blijft.
Waartoe leidt de scheppingskracht? Volmaaktheid?
Ik betrap mezelf de laatste dagen op een wonderlijk verlangen: Ik zou mijn beste column ooit willen schrijven. Een column die inhoudelijk verder reikt dan alles wat ik ooit heb geschreven. Wanneer ik dit tot me door laat dringen moet ik al glimlachen voordat de absurditeit van mijn verlangen tot me doordringt. Wat ik wil is als het smachtend luisteren naar de laatste woorden van een stervende. Als ze al worden uitgesproken zijn ze meestal nietszeggend. Volmaaktheid is niet de laatste stap in wat je doet of zegt. Je ervaart het elk moment dat je bewust leeft. Samen zijn al deze momenten met elkaar verbonden in de banaliteit van het dagelijks leven. Los van elkaar en samen met elkaar vormen ze de mooiste column ooit.
Wat ervaar je wanneer je bewust midden in het leven staat?
Om de waarde van iets te kunnen bepalen vergelijken we het een met het ander. Zonder dit vermogen zouden we het mooie niet van het lelijke kunnen onderscheiden, het goede niet van het kwade. Dit vermogen laat ons echter in de steek wanneer we de waarde van het leven proberen te bepalen. Hiervoor zouden we een vergelijking moeten maken tussen het leven en de dood. Helaas kunnen we de dood alleen indirect ervaren bij het overlijden van iemand anders. Dit is niet hetzelfde als je eigen dood. Misschien zullen ooit je laatste woorden zijn: Dit was het dan. Dit lijkt een vergelijking tussen het leven en de dood. Ze gaat namelijk uit van een verleden en een toekomst. De vergelijking gaat echter mank omdat de toekomst nog altijd onbekend is. Je kunt op dat moment beter zeggen ‘Dit is het.’ Daarmee benoem je het nu dat geen vergelijking nodig heeft om je de waarde te laten inzien van het leven en de dood.
Wat zijn Nu momenten?
Terwijl ik een kop koffie zet en een plak gemberkoek afsnijd, denk ik aan de laatste wens van mijn vader. Uitgemergeld door maagkanker had hij nog één wens. ‘Ik zou nog eens zo graag een uitgebakken stukje spek willen.’ Mijn moeder bakte het voor hem waarna hij maagbloedingen kreeg, teilen vol. Ik vraag me af wat mijn laatste wens zou zijn. Een lekker chipolata gebakje zoals ik ooit in Haarlem heb gegeten? Ik glimlach en neem een hap van de gemberkoek.
Laat ik niets achter bij mijn dood?
Wat laat ik na bij mijn dood? Zijn het de dingen die ik heb verzameld? Is het de impact van wat ik heb gezegd en gedaan op hen die dan nog leven? Is het mijn invloed die zij op hun beurt doorgeven aan anderen? Zijn het de stroeve deuren van het bewustzijn die ik heb geopend waardoor ze een volgende keer gemakkelijker kunnen worden geopend? Of bestaat mijn nalatenschap uit het naakte feit dat ik er was? Ik glimlach bij deze laatste vraag en maak een zachte landing in het hier en nu.
Wat kun je doen om het hier en nu te ervaren?
boodschap voor toekomstige generaties
Ik zou een boodschap na willen laten voor toekomstige generaties. Een bezielende gedachte die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Wanneer ik hierover nadenk besef ik de absurditeit van mijn wens. Een dergelijke boodschap zou een dogma worden en de illusie wekken dat er iets goeds uit voort zal komen wanneer je jezelf eraan vasthoudt. Het goede kan niet worden vastgehouden, laat staan dat het kan worden vastgelegd in een boodschap. Het goede is het kloppend hart van de schepping. Je vindt het in het hier en nu door de tegenstellingen in de schepping met begrip en mededogen te beschouwen.
Wat zouden desondanks mijn laatste woorden kunnen zijn?
Het zou mooi zijn wanneer mijn laatste woorden een ultieme afsluiting vormen van mijn leven. Een teken van liefde. De liefde van en voor het leven. Terugkijkend op mijn leven zie ik hoe de liefde altijd mijn gids is geweest op mijn zoektocht naar wie ik ben, naar andere mensen en naar het mens-zijn. Ik ervoer haar het sterkst in het hier en nu. Terugkijkend op mijn leven zou ik daarom willen zeggen: Het is voltooid, voltooid verleden tijd: Leve de tegenwoordige tijd!
Misschien zullen mijn laatste woorden zijn: ‘einde verhaal’. Wanneer ik dit zeg dan bedoel ik: Ik sluit het verhaal van mijn leven af. Ik kom er niet op terug. Misschien zal mijn verhaal na mijn dood anderen inspireren die het zullen integreren in hun verhaal. Ik sluit het af en ga naar het verhaal in mijn verhaal.
Wat is de epiloog van mijn verhaal?
‘Als reïncarnatie werkelijk bestaat dan is dit de laatste keer dat ik hier op de aarde rondloop.’ Dit heb ik vaak gezegd. Ik ben er daarbij altijd van uit gegaan dat ik vóór mijn dood eerst de zin van het leven wil ontdekken en de inzichten en gevoelens die dit oplevert wil delen met anderen. Ik heb in de loop van de tijd regelmatig de zin van het leven ontdekt en mijn inzichten en gevoelens gedeeld met anderen. Dit blijf ik doen tot aan het einde van mijn leven wanneer ik niets meer te delen heb omdat ik alles heb gegeven wat ik heb ontdekt.
Wat betekent dit concreet?
Ik wil aan het einde van mijn leven de volgende twee vragen kunnen beantwoorden ‘Wat heeft het leven voor mij betekend?’ en ‘Wat heb ik voor het leven betekend?’ Wanneer ik dit aan anderen vertel dan levert dat meestal een van de volgende reacties op. Een minderheid vertelt spontaan wat hún antwoorden zouden zijn. De meerderheid zwijgt en lijkt zich in zichzelf te keren. Het is alsof ze willen zeggen ‘Ik zou niet weten wat mijn antwoord zal zijn. Ik ben niet zo bijzonder.’ Toen ik hierover nadacht kwam ik tot de volgende gedachte. Wat veel mensen gewoon vinden van zichzelf wordt bijzonder door wat ze ermee doen. Stel je bent door aanleg en opvoeding een onzelfzuchtig persoon, bescheiden en zorgzaam. Dit is wat het leven voor je betekent. Op zich is dat niet bijzonder. Het is een van de vele betekenissen die het leven te bieden heeft. Het wordt pas bijzonder door wat je ermee doet. Dit hoeft niet groot in aantal of formaat te zijn en ook niet inspirerend voor anderen. Je betekent al iets voor het leven door de zorg voor een enkel persoon of als kluizenaar met de zorg voor een moestuin.
Is er nog iets anders dan woorden waarmee ik mijn leven zou kunnen afsluiten?
Toen mijn vader in 1963 overleed bleef mijn moeder achter met negen kinderen in de leeftijd van 5 tot 18 jaar. In haar laatste jaren, toen ze dementeerde, brokkelde haar denkvermogen af maar haar liefde bleef. In de nacht waarop ze overleed gaf ze nog een laatste bewijs van deze liefde. Terwijl ik op een zitbank in de hal van het verpleeghuis sliep kwam mijn broer naar mij toe. Hij maakte mij wakker en zei: mama is overleden, ze ademt niet meer. Ik rende naar haar toe, stond aan het voeteneinde van haar bed en zag dat ze dood was. Terwijl de laatste broers en zussen zich om haar bed verzamelden deed ze plotseling haar ogen open. Ze keek me recht aan. Ik zag haar keel bewegen alsof ze nog iets wilde zeggen. Dit lukte niet. Ze had geen lucht meer. De blik in haar ogen zei genoeg: Het is goed zo. Troostend sloeg ze haar oogleden neer.
Zie ook het blog: Is er leven na de dood?
Lees en luister naar de audiocolumn: leven na de dood
Zie ook de categorieën: leven na de dood, mijn afscheid
