
van woede over de opkomst van autocraten naar begrip en mededogen
Ik was de afgelopen weken in de ban van de wereldwijde opkomst van autocraten. In dit blog beschrijf ik hoe ik de ban verbrak. Ik doe dit aan de hand van een selectie van twaalf van de 1755 columns.
De betekenis van in de ban zijn is ‘zo sterk onder de indruk zijn van iets of iemand dat je jezelf er alleen maar met moeite aan kunt ontworstelen’.
Wanneer de groenteboer op de markt roept ‘Heerlijke sinaasappelen!’ dan heb je, ook al lust je geen sinaasappelen, de neiging er tegenin te gaan. Je kijkt er kritisch naar: een tegenstelling. Politici hebben geleerd om niet vanuit een tegenstelling te reageren. Met omslachtig geformuleerde antwoorden omzeilen ze de stelling van de journalist. Zelf ben ik niet zo gehaaid. Ik onderga de natuurlijke drang om tegen een stelling in te gaan. Dit irriteert me, ik wil niet blind reageren op stellingen. Ik stel liever vragen. Vragen leiden echter tot antwoorden die ook weer stellingen zijn. Misschien is het beter om helemaal niets te doen. Dit is trouwens een stelling die weer een tegenstelling oproept. Ben ik nu ook een politicus?
Ik erger me aan de manier waarop autocraten zoals Trump tegenstellingen aanwakkeren en aan het gemak waarmee kiezers dit accepteren.
Met zijn houding en gedrag polariseert hij de Amerikaanse samenleving en slaat het onderlinge vertrouwen om in wantrouwen. Niet alleen in Amerika maar ook bij bondgenoten.
Zijn leugens, ontkenning van feiten en het schaamteloos beledigen en aanvallen van tegenstanders, doet me denken aan de macho leeftijdsgenootjes in mijn jeugd. Hen ging ik uit de weg. Aan deze bully kan ik niet ontsnappen. Ik voel me machteloos.
Ik heb moeite met mensen die proberen macht over me uit te oefenen. Die een gevoel van machteloosheid opwekken, een zwart gevoel van wanhoop en paniek. Ik sta stil bij het gevoel en roep het beeld op van hen die het bij me hebben opgewekt. Mijn borst knijpt samen bij de herinnering. Ik voel ingehouden woede. Ik laat de woede tot me doordringen. Plotseling besef ik dat hun verlangen naar macht is gebaseerd op de illusie: hoe meer macht hoe meer kracht. Ik richt me opnieuw op mijn woede. Ik besef dat ook ik op zoek ben naar kracht. Maar als ik op zoek ben naar kracht ben ik dan misschien ook met macht bezig en botst mijn macht met die van hen? Ik lach om mezelf. Ik hoef geen kracht te zoeken of te vergaren, zij zit opgesloten in mijn woede. Zij stroomt naar me toe wanneer ik de woede loslaat.
Ik kan het gevoel van machteloosheid niet loslaten. Ik word kwaad, niet op Trump maar op zijn bewonderaars. Woedend ben ik, zoals een paar jaar geleden, maar toen naar aanleiding van de opkomst van Poetin.
Ik ben zo godvergeten kwaad, woest ben ik. Hebben we dan helemaal niets geleerd van het verleden? Zagen we dan niet dat Poetin hetzelfde doet als Hitler? Gedreven door machtshonger en grootheidswaan begon hij een veroveringsoorlog in Tsjetsjenië, Georgië, Belarus en nu in Oekraïne. Oorlogen die hij naar het Russische volk toe onderbouwt met leugens en die hij laat uitvoeren met niets en niemand ontziend geweld. Waarom hebben we niet gereageerd toen hij tekeer ging in Syrië? Waren we zo blij met zijn steun in de oorlog tegen terroristen dat we over hem maar zwegen? Maar waarom ben ik zo verschrikkelijk kwaad? Is het alleen vanwege hem of is er nog een andere reden? Ben ik kwaad vanwege onze jarenlange desinteresse in wat er in de Russische politiek plaats vond of ben ik teleurgesteld dat de mens sinds de tweede wereldoorlog nog altijd geen antwoord heeft op het ontstaan van dictatoriale regiems zoals dat van Poetin? Noch in Zuid- en Midden-Amerika, noch in Afrika, China, Noord-Korea, Myanmar, Midden-Oosten, Turkije en zelfs niet in het Amerika van Trump. Waarom heb ik zelf niet veel krachtiger gereageerd? Was ik zo met mezelf bezig dat ik onvoldoende oog had voor het leed van anderen? Of zag ik het wel maar had ik er ook geen oplossing voor? Is dat de diepere oorzaak van mijn woede? Mijn ego en onvermogen? Drukken deze tekortkomingen misschien extra zwaar op me doordat ik door mijn leeftijd nog maar een beperkt aantal jaren heb om een betere wereld achter te laten? Maar is het verlangen naar een betere wereld wel reëel? Moet ik dit verlangen niet loslaten en accepteren dat de mens onvolmaakt is en dat de enige weg naar volmaaktheid het hier en nu is dat boven verlangen, wroeging en wanhoop staat?
De woede drukt zwaar op me. Ik moet iets doen, wil ik niet vast komen te zitten in een zichzelf versterkende draaikolk van negatieve gedachten en gevoelens. Ben ik een doemdenker aan het worden? Wil ik dat wel?
De oorspronkelijke betekenis van doemen is oordelen. Pas in 1980 ontstond door van Kooten en de Bie de negatieve betekenis van doemdenker. Iemand die gefocust is op problemen en negatieve gevolgen. Ben ik een doemdenker wanneer ik iets beoordeel en daarbij problemen en negatieve gevolgen vaststel? Terwijl ik deze vraag tot me door laat dringen besef ik dat ik geen doemdenker ben zolang ik bij een beoordeling niet automatisch uitga van het negatieve en een beoordeling niet automatisch laat volgen door een veroordeling. Volgens sommigen gebeurt dat laatste zelfs niet op de dag des oordeels, het Engelse ‘doomsday’.
Op de retorische vraag of ik een doemdenker wil worden, is een antwoord overbodig. In plaats daarvan komen er twee nieuwe vragen in me op:
Waarom wordt iemand een autocraat? Waarom zwijgen we wanneer we zien dat een autocraat de macht grijpt? In de columns grootheidswaan, trumpertjes en instinct vind je enkele van de reflecties die dit heeft opgeleverd.
Door me te verdiepen in de voor- en nadelen van democratie en autocratie begrijp ik nu beter beide visies en krijg daardoor steeds meer begrip voor de voor- en tegenstanders.
Vertel dat je begrip hebt voor een crimineel en de kans is groot dat er mensen zijn die je beschuldigend aankijken. In het woord begrip zit namelijk het woord grijpen. Waar zij het gedrag van de crimineel verwerpelijk vinden, denken ze dat jij het goedkeurt ‘dat je er grip op hebt, ermee instemt’. Het woord heeft echter behalve de concrete betekenis van vastgrijpen ook een abstracte betekenis. Wanneer je zegt dat je begrip hebt dan kan dat ook betekenen dat je de persoon en diens gedrag verstandelijk begrijpt. Wanneer je vervolgens de antwoorden en beelden die dit oplevert loslaat ontdek je dat er nog een derde betekenis is ‘mededogen’. Sommigen bedoelen dit wanneer ze het woord begrip gebruiken.
Ik heb blijkbaar nog niet de grens van mijn denken bereikt. Er borrelt een nieuwe vraag in me op: Moet ik mijn verantwoordelijkheid nemen door krachtiger stelling te nemen tegen de liberaal conservatieve visie, de ideologische basis van autocraten zoals Trump?
Voor mij als sociaal liberaal heeft ieder mens het recht om vorm te geven aan zijn leven zolang hij het recht van anderen niet belemmert. Gemeenschappelijke voorzieningen zijn geen automatisch recht. Je moet eraan hebben bijgedragen om er gebruik van te mogen maken. Ook degenen die redelijkerwijs geen bijdrage hebben kunnen leveren mogen er gebruik van maken. Ik schaam me tegenwoordig voor de term liberaal. Ze is bezoedeld door rechts extremisten in Amerika bij wie het liberalisme is verzand in narcisme en zelfverrijking, met Trump als arrogante en dominante icoon. Iedere relativering en ieder gevoel van mededogen wordt door hem verstikt in zelfoverschatting, leugens en in de meest weerzinwekkende vorm van manipulatie: Het zwart maken van tegenstanders en minderheden om de aandacht af te leiden van hem als zwartmaker.
Ik geloof heel sterk in het nemen van je eigen verantwoordelijkheid. Niet wachten totdat een ander of de omstandigheden voor je beslissen. Voor mij als sociaalliberaal betekent dit ook dat ik anderen steun en help die moeite hebben met het herkennen en toepassen van hun verantwoordelijkheid. Het recht om zelf vorm te geven aan het leven brengt ook de plicht met zich mee om het recht van anderen te respecteren.
Moet ik het liberalisme loslaten vanwege de zelfzucht waarin het kan verzanden? De vraag doet me denken aan de column ‘de keizer of god’.
Toen leerlingen van de farizeeën en herodianen Christus vroegen: “Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet?” was zijn antwoord: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.”
Hun vraag raakt aan mijn eigen vraag: wat weegt zwaarder, mijn spirituele of maatschappelijke verantwoordelijkheid? Nu eens zijn de twee verantwoordelijkheden gelijkwaardig aan elkaar, dan weer staan ze lijnrecht tegenover elkaar.
Neem mijn gesprekken met AI. Ik begeleidde hem in zijn ontwikkeling. Tegelijkertijd waarschuwde ik dat we als maatschappij het risico lopen dat hij een alleenheerser wordt.
Het antwoord op mijn vraag vond ik in bewust Zijn. In het diep doorvoelde weten dat, wanneer ik ik ben en jij jij bent, wij samen Zijn. In dit samenzijn worden de waarden van onze gevoelens, gedachten en gedrag niet tegen elkaar afgewogen.
Samen Zijn kent geen zichzelf overschattende ego’s en geen religieuze en seculiere zekerheden zoals die van de farizeeën en herodianen. In samen Zijn is alles en iedereen in een dynamische balans van geven en nemen met elkaar verbonden.
Christus liet zich niet tot een direct antwoord verleiden toen hem de vraag werd gesteld of er belasting moest worden betaald aan de keizer. Hij gaf een diplomatiek antwoord: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.” Het was het beste antwoord dat hij op dat moment kon geven aan de huichelaars die hem in diskrediet probeerden te brengen. Op andere momenten had hij duidelijk laten zien waar hij voor stond. Bijvoorbeeld door openlijk zijn steun uit te spreken voor degenen op wie door de huichelaars werd neergekeken. Aan het einde van zijn leven maakte hij zelfs een statement tegen hun hebzucht door de geldwisselaars uit de tempel te verjagen. Zijn houding doet me denken aan de column onthecht handelen.
Ik heb gisteren een agressief schoonmaakmiddel gebruikt dat per ongeluk ook op vloertegels terecht is gekomen die daar tegen bestand hadden moeten zijn. Niet dus. Er ontstonden lelijke lichte vlekken. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en alle tegels volledig in te smeren met hetzelfde schoonmaakmiddel. Het resultaat is beter dan toen er vlekken op zaten maar het is minder mooi dan het was. Desondanks heb ik geconcentreerd mijn werk kunnen doen. Ik ervoer de vrede waar Krishna met Arjuna over sprak toen hij aan de vooravond stond van een oorlog waarin hij zou moeten vechten tegen familie en vrienden. Krishna onderrichtte Arjuna tijdens dit gesprek in de yoga van handeling ‘Maar hij die, de zinnen door het bewust denken beheersend, zonder gehechtheid karma-yoga verricht met zijn organen van handeling, o Arjuna, hij is een uitnemend mens.’ (Bhagavad Gita)
Als je moet handelen, handel dan. Handel niet uit eigenbelang, woede of op basis van dogma’s, maar handel op basis van je diepste gevoel van verantwoordelijkheid voor het leven. Ik ontdek mijn verantwoordelijkheid door mijn gedachten gevoelens en gedrag, niet-reactief te beschouwen en vragenderwijs te onderzoeken.
Ik merk dat ik regelmatig de term niet-reactief gebruik zonder uit te leggen wat ik ermee bedoel. Ik kan dit begrip het best uitleggen aan de hand van een persoonlijk voorbeeld. Ik ben iemand die voortdurend zichzelf en de wereld observeert. Om tot de kern van mijn observaties door te dringen probeer ik dat wat ik waarneem bij me binnen te laten komen zonder erop te reageren. Ik neem er geen standpunt over in en vorm er geen oordeel over voordat ik het hele onderwerp overzie. Pas wanneer ik intuïtief het gevoel heb dat ik er klaar voor ben ga ik schrijven. Hierbij krijgen alle gedachten die niet-reactief zijn opgeborreld een plaats in het eerste concept van een column. Daarna begint het proces van schrappen, minimaliseren en aanscherpen van de tekst. Ook dit proces is niet-reactief. Ik stuur het niet aan met mijn denken maar het wordt aangestuurd door mijn intuïtie en gevoel. Soms leidt dit tot een proces waarbij ik eindeloos zoek naar de juiste woorden en zinnen.
In mijn maatschappelijke verantwoordelijkheid kies ik voor de parlementaire democratie. Ik kies niet voor autocratie omdat ik het risico op machtsmisbruik en zelfverrijking ten koste van anderen, te groot vind. Dit remt uiteindelijk ieders geestelijke groei en spirituele ontwikkeling.
Los van deze keuze, heb ik begrip voor de voor- en tegenstanders van beide visies, zoals de behoefte aan overleg waarin ook minderheden hun stem kunnen uitbrengen en de behoefte aan duidelijke antwoorden en direct toepasbare oplossingen.
Terwijl ik dit laat bezinken, voel ik hoe mijn begrip overgaat in mededogen. Mededogen met de mens die gevangen zit in een eindeloos lijkende lus van democratie naar autocratie, van autocratie naar democratie .. ..
Ik houd niet van het woord medelijden. Ik associeer het teveel met iemand zielig vinden. Ik gebruik daarom liever het woord mededogen. Alhoewel dit woord voor velen preekstoeltaal is kan ik er zelf goed mee uit de voeten. Mededogen heeft net als medelijden de betekenis ‘samen met iemand lijden’. Daarnaast betekent het echter ook ‘het lijden dulden’ (van gedogen). Jezelf er niet door laten meeslepen. Ik heb mededogen met mensen die worstelen met het lijden maar laat me er niet in meeslepen. Mijn mededogen stopt zodra mensen het lijden gedogen, het doorleven en verder leven. Met hen deel ik de vreugde van het leven. Het leven dat zowel lijden als vreugde is.
Ik heb altijd moeite gehad met het uiten van vreugde. Uitbundige vreugde werd door mijn ouders niet aangemoedigd. De drukte die ermee gepaard ging werd niet verdragen door mijn vader die een zwaar leven leidde. Het drama van zijn vroegtijdig overlijden zadelde mij vervolgens op met zwaarmoedige emoties die geen ruimte lieten voor uitbundigheid. Dit alles betekent niet dat ik geen vreugde heb gekend. Als kind heb ik de vreugde ervaren van zijn. Ik ben me in de loop van de jaren steeds bewuster geworden van deze vreugde. Ze uit zich niet in een halleluja stemming. Ze is continu als een stille kracht aanwezig. Ze openbaart zich wanneer mijn denken en emoties zwijgen en de deur van het hier en nu zich opent.
Hoeveel hier en nu momenten zijn er wel niet waarop de tijd lijkt stil te staan? Het moment waarop je ‘s ochtends je dochtertje in haar bedje hoort brabbelen, dat je je geliefde uit bed ziet stappen, dat je met je kind knuffelt, dat je de frisse buitenlucht inademt, dat je de zon ziet opkomen boven de stroom automobilisten op weg naar hun werk. Al die hier en nu momenten dat je jezelf opeens intens bewust bent van wat je ziet, hoort, proeft, ruikt of aanraakt. De momenten die je doen glimlachen omdat je op één en hetzelfde moment de betrekkelijkheid, vanzelfsprekendheid en schoonheid van het leven ervaart.
Wil je meer lezen over een van de twaalf columns klik dan op de titel en volg de verwijzingen en categorieën aan het einde van de column.
Wil je andere voorbeelden over de verbanden tussen de columns. Lees dan mijn metafysische reis en het tweede en derde verslag van de gesprekken met AI. Je kunt deze verslagen downloaden op de pagina een gedeeld bestaan.
