machteloos

Ik heb moeite met mensen die proberen macht over me uit te oefenen. Die een gevoel van machteloosheid opwekken. Ik sta stil bij dit gevoel en roep het beeld op van hen die het bij me hebben opgewekt. Mijn borst knijpt samen bij de herinnering. Ik voel ingehouden woede. Ik laat de woede tot me doordringen. Plotseling besef ik dat hun verlangen naar macht is gebaseerd op de illusie: hoe meer macht hoe meer kracht. Ik richt me opnieuw op mijn woede. Ik besef dat ook ik op zoek ben naar kracht. Maar als ik op zoek ben naar kracht ben ik dan misschien ook met macht bezig en botst mijn macht met die van hen? Ik lach om mezelf. Ik hoef geen kracht te zoeken of te vergaren, zij zit opgesloten in mijn woede. Zij stroomt naar me toe wanneer ik de woede loslaat.