trots

Op weg naar huis voel ik me trots op de training die ik heb gegeven. Op hetzelfde moment dat ik dit voel merk ik dat ik mijn trots probeer weg te drukken. Ik laat dit tot me doordringen en besef dat ik de neiging heb om dat, waar ik trots op ben, te beschouwen als iets dat van mij is. Dit wil ik niet. Ik laat mijn trots los en ontdek dat er blijdschap achter verborgen ligt. Blij vervolg ik mijn weg. De blijdschap vervaagt terwijl ik verder rijd.