parasieten

Normaal gesproken houd ik me niet bezig met parasieten. Ik weet dat ik ze bij me draag en dat ze soms nuttig en soms schadelijk zijn. Ze profiteren van het feit dat ik er ben en dat ik mezelf in leven houd. De laatste tijd zie ik steeds meer de schadelijke kanten van hun bestaan. Ik zie terroristen en andere criminelen misbruik maken van de democratie. Ze profiteren van de vrijheid en welvaart om vervolgens hun gastheer te doden. Ik zie medewerkers misbruik maken van de inzet van collega’s en ze vervolgens onderuit schoppen. Dit alles leidt ertoe dat ik mijn gedachten ten opzichte van deze parasieten probeer te bepalen. Beschouw ik ze als onschuldige microscopische gasten waarvan ik weet dat ik ze altijd bij me draag of zie ik ze als inhalige hypocrieten met moordzuchtige neigingen? Eigenlijk wil ik helemaal niet met dit soort vragen bezig zijn. Het liefst zou ik doorgaan met wat ik altijd deed. Ik wist dat er mensen waren die misbruik maakten van de voorzieningen maar ik maakte me er niet druk om. Ik kon immers het lijden van de ander niet inschatten. Langzaam begint echter de invloed van de kleine etters tot me door te dringen. Ik wil hun gevaar niet meer bagatelliseren. Ik wil me niet onttrekken aan mijn verantwoordelijkheid voor het hier en nu. Ik wil handelen, me uitspreken over goed en kwaad. Het wankele koord bewandelen tussen weerbaarheid en betrokkenheid.