oorlogsgeheim van mijn vader

Mijn vader was niet iemand die vanwege zijn afkomst naar een vernietigingskamp werd gestuurd. Hij was ook geen verzetsheld die omkwam in een concentratiekamp of die tewerk werd gesteld in Duitsland. Toch was ook hij slachtoffer van de oorlog. Hij heeft als lid van de verbindingstroepen de gevechten op de Grebbenberg meegemaakt, is daar gevangengenomen, heeft later samen met een van zijn broers als gijzelaar urenlang voor de muur van het ouderlijk huis gestaan met het geweer op zich gericht omdat de Duitsers wilden weten waar zijn vader was en moest naar Duitsland om tewerk te worden gesteld. Hij had het geluk dat hij een ontheffing kreeg op grond van een verklaring van de hoofdonderwijzer dat hij nodig was voor Duitse les. De ontheffing kreeg hij op het nippertje overhandigd door mijn moeder die hem per trein achterna was gereisd. Ook had hij het geluk dat zijn militaire verleden uit de archieven was verwijderd om te voorkomen dat hij opnieuw in beeld zou komen bij de Duitsers. Hij stierf in 1963 op vijfenveertigjarige leeftijd aan maagkanker. Op zijn sterfbed, waar hij hardop hallucineerde, werd pas duidelijk wat de impact van de oorlog op hem was geweest.