vrij

Haar ogen zijn als zwarte kolen in het gelaat van een sneeuwpop. Wanneer je er naar kijkt dan krijg je het gevoel dat er in de duisternis een wezen huist dat je beoordeelt en veroordeelt.

Ze zit strak in haar vel. Heeft alles onder controle. Haar huis is representatief, functioneel, schoon maar kil. Haar man is nog slechts het behang van haar sociale aanzien.

Steeds vaker gaat ze alleen op stap. In de duisternis van de kroeg valt de leegte in haar ogen niet op. Zij leert er een andere man kennen. Het klikt. Hij bewondert de status die ze uitstraalt. Ze voelt zich erkend. Ze vinden elkaar in hun slaap.

Het jarenlang onderdrukte eergevoel van haar man borrelt op. Ze begrijpt niet wat er gebeurt. Waarom zou ze geen vriend mogen hebben? Ze wil hem terug, hij weigert.