ironie

Het woord ironie stamt af van het Griekse eirōneíā, geveinsde onwetendheid. Het is bekend geworden door Socrates die met zijn vragen de onwetendheid van zijn gesprekspartners aantoonde. Op sommigen kwam dit over alsof hij de spot met hen dreef.

Ik stel mezelf voortdurend vragen die me confronteren met mijn onwetendheid. Op de momenten dat ik de grens van mijn weten bereik, moet ik glimlachen. Dit is geen ironische glimlach waarmee ik de spot drijf met mezelf. Het is de glimlach van de overgave.

Zie ook:
het enige dat ik weet ..
Het enige dat ik weet is dat ik niets weet.