ik of jij

Krachtig zwemmend bereik ik de kust. Zacht vlij ik me neer. Ik blijk niet alleen te zijn. Ik word gezandstraald tussen ik en jij. Wie ben ik? Ik of jij? Ik laat de vraag los, verschuif tussen beide werelden. Ik ben het ruisen van de zee, het polijsten van het zand.