eudaimonía

Doorvragend op de opvattingen van zijn gesprekspartners legde Socrates de essentie van hun moraal en opvattingen bloot. Voor hemzelf leidde deze reflectie tot de uitspraak ‘Het enige wat ik weet, is dat ik niets weet.’ Zijn leerling Plato ging minder ver. Volgens hem leven we in een ruimtelijk gebonden wereld die de schaduw is van de echte wereld, een wereld van ongebonden abstracte ideeën. Volgens Aristoteles was de natuur de enige werkelijkheid en waren abstracties het product van de manier waarop we de natuur waarnemen en met ons denken categoriseren. Moderne wis- en natuurkundigen gaan verder op de door deze filosofen ingeslagen weg. Zij onderzoeken empirisch en logisch redenerend de natuur en proberen de abstracties te benoemen van waaruit de natuur zich heeft gevormd. Waar zij zich voor lijken af te sluiten is wat Aristoteles eudaimonía een ‘goede ziel’ ofwel geluk noemt. Volgens hem kan het geluk worden gevonden tussen uitersten. Wanneer je dit toepast op de gecombineerde visie van Socrates, Plato en Aristoteles dan kun je het geluk vinden tussen aan de ene kant het weten dat is gebaseerd op de concrete werkelijkheid welke is gevormd vanuit abstracties en aan de andere kant dat wat zelfs Socrates niet wist.

Zie ook:
het enige dat ik weet ..
schaduwwereld