Categoriearchief: ondernemer

Ondernemen: van onderaf iets oppakken.

monetaire unie

Iedere ondernemer weet dat je winsten zo veel mogelijk in je bedrijf moet investeren en dat je met de rest spaarzaam moet omgaan om magere jaren te kunnen overbruggen. Je moet dus financieel kunnen afzien. Hij weet bovendien dat geld alleen niet gelukkig maakt. Je moet plezier kunnen hebben in het verleggen van grenzen: kennis, vaardigheden en prestaties.

Toen destijds werd besloten om landen als Griekenland toe te laten tot de Europese Monetaire Unie werd onvoldoende gekeken of deze landen wel een dergelijke ondernemersmentaliteit hadden. Waren ze bereid om de lage rentes en subsidies die ze ontvingen te investeren in de groei van hun economie en wilden de mensen in deze landen wel grensverleggend bezig zijn?

Het is onvoorstelbaar dat onze politieke leiders zo lichtvaardig met deze vragen zijn omgegaan. Zij hebben gehandeld als een ondernemer die denkt: Ik wil groeien dus laat ik maar zo veel mogelijk mensen aannemen, kwaliteit is niet belangrijk. Iedere goede ondernemer weet dat dit absurd is. Onze Europese politici blijken daar echter anders over te denken. Zij wilden koste wat kost zoveel mogelijk landen bij de unie betrekken.

Dit wordt allemaal begrijpelijk wanneer je bedenkt dat ze zelf misschien dan wel plezier hebben in het verleggen van grenzen maar financieel nooit hebben hoeven afzien. In plaats daarvan gebruiken ze net als de Griekse politici de bijdragen van de lidstaten om hun inkomen veilig te stellen en om politieke steun te kopen voor plannen die hen nog meer invloed en macht geven.

 

zelfstandigen

De jaren zestig werden gekenmerkt door het streven naar zelfstandigheid: verken de wereld en ontdek jezelf. Voortgestuwd door de arbeidsinzet van de oorlogsgeneratie leek niets dit streven in de weg te staan. Nederland was welvarend. Je zou niet meer hoeven te werken voor je levensonderhoud. De technologie zou het ouderwetse handwerk overbodig maken. Er waren al fabrieken waar slechts enkele mensen werkten aan producten die iedereen kende. In de jaren zeventig brokkelden de noodzakelijke financiële voorzieningen af. De banen bleken niet voor het oprapen te liggen. De onafhankelijke geesten werden onderworpen aan de struggle for life. Ze werden conservatief. Hun kreet werd: behoud van werk en inkomen. Niet iedereen deed hieraan mee. Steeds meer mensen namen hun lot in eigen handen. Ze ontdekten dat je van het verleden niet kunt eten. Op dit moment zijn er meer dan 800.000 zelfstandig ondernemers in Nederland, in de bouw alleen al 52.000. In de afgelopen vijf jaar is het aantal zelfstandigen met 14 procent gestegen. Een aantal van deze initiatiefrijke geesten voelt zich hier niet meer thuis. Zij zoeken hun heil elders in de wereld. Het aantal emigranten is de afgelopen vijf jaar met 40% toegenomen.

 

ondernemer

Toen ik vier jaar geleden begon met Managementplein, deed ik dat uit onvrede over de linkpagina op mijn website. Ik liet een startpagina bouwen. Voegde zelf nieuwe functies toe. Door de groei van het aantal links schoot de pagina haar doel voorbij. De gewenste informatie kon niet snel genoeg meer worden gevonden. Ik besloot een nieuwe startpagina te laten bouwen met betere zoekmogelijkheden. De techniek reikte boven mijn pet. Ik werd afhankelijk van anderen. Wat dreef me toch voort? Ik zette de vraag van me af. Dacht mee over de bouw van de website en richtte me op een nieuw doel: de grootste en beste startpagina voor managers maken. Het bezoekersaantal explodeerde. De prijs die ik moest betalen werd groter. Ik had geen concurrenten meer, werd mijn eigen concurrent, raakte verslaafd aan getallen: aantallen bezoekers, links en kliks. Ik vraag me steeds vaker af waarvoor ik het doe. Voor het geld of de waardering hoef ik het niet te doen. Waardering is, in de anonimiteit van internet, slechts een getal. Waarom laat ik dan niet los, begin aan iets nieuws? Ik ga door met wat ik ben: ondernemer.

(Managementplein is in mei 2013 opgeheven.)

 

werk – privé

Ik kom soms mensen tegen die de volgende stelling hanteren. ‘Ik werk van 9 tot 5 voor mijn baas. De tijd daarna is voor mezelf.’ Zij zetten hun telefoon uit om vijf uur of hebben een geheim nummer om niet te worden gestoord. Ik heb moeite met deze principiële opstelling en reageer vaak als volgt: Wanneer je partner je overdag belt, neem je dan ook niet op? Regel je nooit eens telefonisch een privé-zaak op het werk?

Er zijn ook mensen die zeggen dat ze thuis anders zijn dan op het werk. Laatst leidde dit tot het volgende gesprek: Uiteraard doe je dingen thuis die je op je werk niet doet, zoals slapen en vrijen. Of dut je wel eens in op je werk, behoor je misschien tot de 60% medewerkers die nog nooit een relatie hebben gehad met een collega? Nee, maar toch reageer ik anders. Ah, je hebt een gespleten persoonlijkheid. Nee. Ben je dan thuis misschien vrolijker? Soms. Vind je het thuis gezelliger? Soms (lacht). Zou je hetzelfde op je werk willen ervaren? Ja. Wat doe je eraan?

De dwangmatige scheiding tussen werk en privé geldt niet voor iedereen. Bij kunstenaars en vrije ondernemers lopen werk en privé naadloos in elkaar over. De vraag die je jezelf zou kunnen stellen is: Waarom lukt het hen wel om werk en privé te integreren en mij niet? De meeste werknemers zouden heel wat gelukkiger zijn wanneer ze zouden leven naar het antwoord op deze vraag.

 

eergevoel

Mannen moeten meer hun gevoel laten zien. Degenen die dit beweren lijken de wind mee te hebben. Wat zij bedoelen is dat mannen hun betrokkenheid bij anderen, met name bij vrouwen, meer moeten tonen. Zij moeten kwetsbaarder durven zijn. Een van de oorzaken waarom mannen dat onvoldoende doen, zou er in gelegen zijn dat mannen te veel gericht zijn op het zoeken van praktische oplossingen. Als een vrouw ruzie heeft met haar vriendin zal een man al snel een oplossing zoeken, in de trant van: “Dan ga je voorlopig toch niet meer bij haar langs.” Een vrouw kan een dergelijke oplossing zelf ook wel bedenken. Wat zij echter wil is aandacht, een luisterend oor, iemand die tijdelijk haar gevoel deelt.

Wat in al deze discussies nauwelijks naar voren komt is het eergevoel van de man. Eergevoel wordt bijna niet herkend, laat staan erkend. Het is zo verweven met onze maatschappij dat het bijna onmogelijk is om je er op te focussen. Toch is onze taal er van vergeven, bijvoorbeeld: de eer aan zichzelf houden, de tafel eer aan doen, de eer redden, naar eer en geweten handelen. Bij veel mannen vertaalt hun emotie zich niet in woorden maar in de eer die ze leggen in de dingen die ze doen.

Eergevoel is een van de belangrijkste fundamenten van onze liberale maatschappij en van nationalistische bewegingen. De krachten en effecten van eergevoel zijn onvoorstelbaar groot. Ondernemers, sporters, politici, iedereen maakt er gebruik van. Onze maatschappij zou economisch niet zo’n succes zijn wanneer er geen eergevoel bestond. Eergevoel kent ook een keerzijde. De eer van het individu, de familie, een volk kan worden gekwetst.

In de strijd om de eer kan het tonen van je kwetsbaarheid een oplossing zijn, een oplossing die echter wel het eergevoel, eer moet aandoen.