Categoriearchief: troost

Het woord troost is verwant aan het woord trouw, Duits treu, Engels true. De oorspronkelijke betekenis van trouw is: vast, zeker, sterk. De betekenis van troost is hiervan afgeleid en betekent: opbeuring, bemoediging, hulp, vertrouwen.

de kracht van troost

Troost is belangrijker voor ons dan we meestal openlijk willen toegeven. Vragen om troost beschouwen we als een teken van zwakte. Zwakte past niet bij het beeld dat we van onszelf willen oproepen. Troost is iets voor kleine kinderen of voor in de slaapkamer. Misschien dat het iets is voor prevelende vrouwtjes die in een kerk troost zoeken bij Maria de troosteres der bedroefden, maar niet voor onszelf. Het is jammer dat we dit beeld hebben. Het sluit je af van de kracht die troost biedt.

 

gevoelens aan een sterfbed

Vijftig jaar geleden was het overlijden van mijn vader een drama voor me. Ik belandde in een cocon van gevoelens waar ik geen grip op had. Pas tien jaar later herkende en erkende ik mijn gevoelens en begon ze te verwerken. Intussen zijn er in de afgelopen vijftig jaar meerdere familieleden na een kort of lang ziekbed overleden. Hun overlijden heeft me bewust gemaakt van de grote verscheidenheid aan gevoelens die ik daarbij ervaar. Allereerst het verdriet omdat ik een geliefde moet loslaten, de pijn van nooit meer. Naast de gevoelens van verdriet en pijn zijn er ook mooie gevoelens: het besef van de betrekkelijkheid van het leven, de blijdschap dat er een einde is gekomen aan het lijden, intense liefde, tedere dankbaarheid en gevoelens van verbondenheid en troost die je met elkaar deelt.

 

het is goed zo

Ik heb een aantal keer aan het bed gestaan van mensen die doodziek waren of waarvan het bed een doodsbed was. Mensen die niets meer kunnen zeggen of niets meer te zeggen hebben. Die je aankijken met ogen die je niet lijken te zien en toch ook weer wel. Met een troostende glimlach die zegt: het is zoals het is, het is goed zo. Hun blik snijdt door je heen en legt je betrekkelijkheid bloot.

 

Hoe gelukkig ben je?

Iemand vroeg me ooit: Hoe gelukkig ben je? Mijn antwoord was: een negen. Dit leidde tot de reactie: Zo, dat is hoog. Ben jij dan nooit ongelukkig? Ik ben ongelukkig geweest en heb verdriet gekend. Dit heeft echter nooit mijn echte geluk in de weg gestaan. Echt geluk heeft niets met blijdschap, pijn of verdriet te maken. Het is het diepgevoelde weten dat er een constante is onder alles wat ik ben en wat ik doe. Dit geeft me rust en vrede. Soms troost het me, soms doet het me glimlachen. Een enkele keer raak ik het kwijt, daarom geen tien.

Zie ook: Willem ben je gelukkig?

 

troost

Een troosteloze dag. Zo’n dag die blijft hangen in een grijze druilerige regen. Ik verlang naar de zon, het stralende licht, de heldere kleuren van het land. Ik laat mijn verlangen los. Ik kan de zon niet laten schijnen, de natuurkrachten niet bedwingen. Ik geef me over aan het grijs. Het doordrenkt me. Ik voel haar rust, de troostende stilte.

Zie ook: kleur en fleur

 

stilstaan en verdergaan

We worstelen als mens voortdurend tussen stilstaan en verdergaan, tussen het verlangen naar geborgenheid en het verlangen naar verandering. Deze worsteling kleurt in sterke mate onze relaties. Aan de ene kant willen we de zekerheid van een partner die bescherming en troost biedt. Aan de andere kant willen we iemand die ons inspireert met iets nieuws. Wanneer echter de partner, op zoek naar inspiratie, zich te veel op zijn werk of hobby richt dan voelen wij ons buitengesloten en eisen we dat hij zich terugtrekt in de relatie. Wanneer hij vervolgens tot stilstand komt dan verwijten we hem een gebrek aan passie. Passie waaraan we ons willen optrekken om verder te kunnen gaan.

Zie ook: passie

 

grenzeloze liefde

Toen mijn vader in 1963 overleed bleef mijn moeder achter met negen kinderen in de leeftijd van 5 tot 18 jaar. In haar laatste jaren, toen ze dementeerde, brokkelde haar denkvermogen af maar haar liefde bleef. In de nacht waarop ze overleed gaf ze nog een laatste bewijs van deze liefde. Terwijl ik op een zitbank in de hal van het verpleeghuis sliep kwam mijn broer naar mij toe. Hij maakte mij wakker en zei: mama is overleden, ze ademt niet meer. Ik rende naar haar toe, stond aan het voeteneinde van haar bed en zag dat ze dood was. Terwijl de laatste broers en zussen zich om haar bed verzamelden deed ze plotseling haar ogen open. Ze keek me recht aan. Ik zag haar keel bewegen alsof ze nog iets wilde zeggen. Dit lukte niet. Ze had geen lucht meer. De blik in haar ogen zei genoeg: Het is goed zo. Troostend sloeg ze haar oogleden neer.