Categoriearchief: goddelijk

Ik spreek in plaats van over god liever over de goddelijke aard van alles en iedereen.

apocalyps

Een apocalyps was in het oude testament een goddelijke openbaring aan een profeet. De zwaarbeladen betekenis die we er tegenwoordig aan geven komt voort uit de Openbaring van Johannes. In dit laatste boek van het nieuwe testament beschrijft Johannes het einde der tijden waarin god de goede mens beloont en de slechte mens bestraft. Het boek is ontstaan in een tijd waarin christenen werden vervolgd. Dit heeft ongetwijfeld bij de een kwaad bloed gezet en bij een ander tot wanhoop geleid. In plaats van deze gevoelens te herkennen en erkennen projecteerde Johannes ze op een zwart-wit beeld van het goddelijke. Wanneer hij in plaats daarvan de christelijke visie van mededogen had toegepast dan had het boek niet het karakter van een doemscenario gekregen maar was het de getuigenis geworden van een goddelijke visie die goed en kwaad met elkaar verbindt.

Zie ook:
doemdenker
schuld en boete

diep van binnen

Wanneer je de antwoorden op vragen als ‘Waarom leef ik?’ en ‘Wie ben ik?’ niet kunt vinden komt dat meestal omdat je ze te veel buiten jezelf zoekt. Ze liggen in jezelf verborgen. Met een zoektocht naar de antwoorden in je binnenste vind je niet alleen verhelderende inzichten en antwoorden maar je wekt er ook je enthousiasme mee tot leven. Enthousiasme komt van het Griekse éntheos, in god zijn. Zoekend naar de antwoorden in jezelf beland je in een goddelijke stroom van begrip en mededogen.

Zie ook: enthousiast

de Messias waan

Er zijn veel mensen met een Messias waan. Religieuze en ideologische fundamentalisten die denken dat ze de wereld kunnen verlossen van het lijden. Je kunt niemand verlossen van het lijden. Lijden hoort bij het leven. Je kunt een tijdelijk paradijs creëren waar je het lijden ontkent maar uiteindelijk zul je dit paradijs moeten verlaten. Echte verlossing vind je niet in een overtuiging of door je kop in het zand te steken. Echte verlossing ligt in begrip en mededogen met het lijden van de mens.

Zie ook: god moet wel hartstikke gek zijn

god moet wel hartstikke gek zijn

Wanneer god alomvattend is, de alpha en de omega, dan moet hij wel hartstikke gek zijn wanneer hij een einde zou willen maken aan het lijden. Wanneer hij dat zou proberen dan zou je met recht kunnen zeggen dat hij aan ziekelijke zelfoverschatting lijdt. Immers, wanneer god alles is dan is er niets dat buiten hem kan bestaan. Ook het lijden niet. Het lijden maakt dan deel uit van zijn goddelijke aard. Maar wat doe je met de last van het lijden wanneer zelfs god je niet wil en niet kan helpen? Maak het lijden niet groter dan het is. Verzet je er niet tegen. Benader het met tederheid en zie hoe het oplost in het licht van je goddelijke aard.

Zie ook:
verzet
als ik god was
de Messias waan

bidden

De oorspronkelijke Germaanse betekenis van bidden is dringend verzoeken, het Duitse ‘bitten’. Bid ik zelf wel eens? Ja, soms. Ik bedoel niet dat ik gestandaardiseerde gebeden prevel of opdreun. Als ik bid dan doe ik dat meestal tijdens het schrijven of in een moeilijk gesprek. Ik bid eigenlijk ook alleen maar wanneer ik klem zit. Bijvoorbeeld wanneer ik iemand wil helpen maar niet weet wat ik moet zeggen. Het is een wanhopige innerlijke smeekbede zoals ‘Help me alstublieft met wat ik moet zeggen!’ Of, in andere situaties ‘Laat maar komen, ik weet het niet meer.’ Ik richt me met mijn ‘gebed’ niet op een goddelijk figuur maar op de scheppingskracht in me. Vaak ontdek ik door mijn gebed hoe ik kan reageren.

Zie ook:
gebed zonder end
nood leert bidden
god help me
goddelijke poort
Maria

omslachtig

Ik vind het idee dat god een persoon is maar omslachtig. Omslachtig is het bijvoeglijk naamwoord van omslag, een rondgaande beweging. Hoe je het ook draait of keert, wanneer je denkt dat god een persoon is dan kom je altijd weer terug bij het punt waar het idee begon en eindigt. De omslachtigheid verdwijnt wanneer je god als een niet te meten gegeven beschouwt, als iets dat begin en einde omvat.

orde en chaos

Er is een vraag die me achtervolgt: Zijn wij het resultaat van natuurkundige en wiskundige wetmatigheden? Hoe verder de wetenschap doordringt in het ontstaan van het heelal, hoe meer wetmatigheden ze ontdekt. Stel dat deze wetmatigheden werkelijk de grondslag vormen van ons bestaan. Wat is dan hun oorsprong? Is dat god? Is god de ultieme natuurkundige en wiskundige? Of zijn de wetmatigheden toeval? Maar zit er ook in toeval niet een wetmatigheid? Dien ik zoals een natuurkundige visie luidt er vanuit te gaan dat het heelal vanuit orde begon en in chaos uiteen zal vallen? Waarom blijf ik dan nog naar antwoorden zoeken terwijl iedere orde uiteindelijk toch in chaos uiteen zal vallen? Waarom accepteer ik niet wat mijn spirituele bewustzijn zegt, dat orde en chaos twee kanten van één medaille zijn?

Zie ook:
structuur
toeval of niet
het enige dat ik weet
entropie
Is god een algoritme?