Categoriearchief: gesprekken met en over god

In deze columns voer ik gesprekken met en over een denkbeeldige God.

virtuele wezens in een virtuele wereld

Zijn we virtuele wezens in een virtuele wereld? Voor een grote groep mensen is het een serieuze vraag of we de levende logaritmen zijn in een computersimulatie. Leven we in een digitaal model van de werkelijkheid waarin wordt onderzocht hoe een organisme zich binnen een bepaalde context ontwikkelt? Hoe sciencefictionachtig de vraag ook lijkt, ze is niet vreemd. Eigenlijk is het de digitale vertaling van het scheppingsverhaal. In dit verhaal creëerde God een paradijs met twee spelers, Adam en Eva. Op het moment dat hij de grip op het spel kwijt raakte, liet hij hen vrij om hun eigen spelregels te bedenken. Hij stelde daarbij een beperking: Als het misloopt dan heb je dat aan jezelf te wijten, als je wint dan beloon ik je. Ik help je niet. Van de maker van het spel werd hij een toeschouwer die met belangstelling en mededogen toekeek hoe het spel zich ontwikkelde. Volgens latere verhalen hield hij dit niet vol en greep zo nu en dan toch in. Dit kwam de duidelijkheid van het spel niet ten goede. Veel spelers begrepen en begrijpen niet waarom hij de ene keer wél en een andere keer niet ingrijpt. Is hij in plaats van God een wetenschappelijk onderzoeker die kil de resultaten van zijn simulatie observeert?

Zie ook:
Is god een algoritme?
de artificiële mens
de schepper van god
god moet wel hartstikke gek zijn
toeval of niet

god moet wel hartstikke gek zijn

Wanneer god alomvattend is, de alpha en de omega, dan moet hij wel hartstikke gek zijn wanneer hij een einde zou willen maken aan het lijden. Wanneer hij dat zou proberen dan zou je met recht kunnen zeggen dat hij aan ziekelijke zelfoverschatting lijdt. Immers, wanneer god alles is dan is er niets dat buiten hem kan bestaan. Ook het lijden niet. Het lijden maakt dan deel uit van zijn goddelijke aard. Maar wat doe je met de last van het lijden wanneer zelfs god je niet wil en niet kan helpen? Maak het lijden niet groter dan het is. Verzet je er niet tegen. Benader het met tederheid en zie hoe het oplost in het licht van je goddelijke aard.

Zie ook:
verzet
als ik god was
de Messias waan
de alpha en de omega mens
virtuele wezens in een virtuele wereld
de pijn van het bestaan

omslachtig

Ik vind het idee dat god een persoon is maar omslachtig. Omslachtig is het bijvoeglijk naamwoord van omslag, een rondgaande beweging. Hoe je het ook draait of keert, wanneer je denkt dat god een persoon is dan kom je altijd weer terug bij het punt waar het idee begon en eindigt. De omslachtigheid verdwijnt wanneer je god als een niet te meten gegeven beschouwt, als iets dat begin en einde omvat.

Bestaat god?

Wie de vraag kent, kent het antwoord. Toch zie ik in eerste instantie niet het antwoord op de vraag: Bestaat god? Omdat ik het gevoel heb dat het antwoord op het puntje van mijn tong ligt blijf ik me concentreren. Eigenlijk is de vraag heel vreemd. Ik vraag mezelf af of god wel of niet bestaat. Ik ga er blijkbaar van uit dat iets kan bestaan zonder het niets. Het niets is echter dat wat het iets omkadert zoals een beeld niet kan bestaan zonder de lege ruimte er omheen. Anders gezegd: God bestaat bij de gratie van wat god niet is. God is alles en niets. De vraag ‘Bestaat god?’ is een onzinnige vraag. De vraag probeert te splitsen wat niet te splitsen is.

Zie ook:
Geloof je in god?
Bestaat god?
iets of niets

een goddelijk persoon

Ik ontken niet dat wat sommigen god noemen een persoonlijke vorm kan hebben. Sterker nog, ik zou hem of haar graag eens de hand schudden en recht in de ogen kijken. Ik denk dat dit diepe inzichten en gevoelens in me kan losmaken. Het zal echter geen einde maken aan mijn zoektocht. Ik zal mijn eigen goddelijkheid onder ogen moeten leren zien. De paradox doorgronden dat ik behalve een in de tijd opgesloten goddelijk kind ook de tijdloze goddelijk ouder van het kind ben.

Zie ook:
goddelijk feestje
wat moet het toch fijn zijn om
zelfs god niet
Is er leven na de dood?

Geloof je in god?

Willem, geloof je in god? Ik geloof in de scheppingskracht en in haar mogelijkheden die verder reiken dan hart en geest voor mogelijk houden. Dus waarom zou de scheppingskracht niet een goddelijke vorm kunnen aannemen? Ik geloof daarnaast ook dat de scheppingskracht niet stil staat. Waarom zou ze stil blijven staan bij een goddelijke vorm, hoe mooi en liefdevol die ook is? Het is de goddelijke aard van de schepping om onverminderd door te gaan in het zichzelf manifesteren.

Zie ook:
wat moet het toch fijn zijn om ..
iets of niets

wat moet het toch fijn zijn om ..

Wat moet het toch fijn zijn om je over te geven aan een goddelijk persoon die het lijden van je wegneemt en die als enige tegenprestatie van je vraagt dat je jezelf in vol vertrouwen aan hem overgeeft in zijn paradijs. Hoe prettig een leven met een dergelijke liefdespartner misschien ook is, ik kies er niet voor. Ik kies voor de onvoorwaardelijke en onbegrensde liefde die voortkomt uit de goddelijke aard van alles en iedereen. Dat is de liefde die ik wil ontvangen en geven.

Zie ook:
zelfs god niet
Geloof je in god?
een goddelijk persoon