Categoriearchief: goddelijk

Ik spreek in plaats van over god liever over de goddelijke aard van alles en iedereen.

orde en chaos

Er is een vraag die me achtervolgt: Zijn wij het resultaat van natuurkundige en wiskundige wetmatigheden? Hoe verder de wetenschap doordringt in het ontstaan van het heelal, hoe meer wetmatigheden ze ontdekt. Stel dat deze wetmatigheden werkelijk de grondslag vormen van ons bestaan. Wat is dan hun oorsprong? Is dat god? Is god de ultieme natuurkundige en wiskundige? Of zijn de wetmatigheden toeval? Maar zit er ook in toeval niet een wetmatigheid? Dien ik zoals een natuurkundige visie luidt er vanuit te gaan dat het heelal vanuit orde begon en in chaos uiteen zal vallen? Waarom blijf ik dan nog naar antwoorden zoeken terwijl iedere orde uiteindelijk toch in chaos uiteen zal vallen? Waarom accepteer ik niet wat mijn spirituele bewustzijn zegt, dat orde en chaos twee kanten van één medaille zijn?

Zie ook:
structuur
toeval of niet
het enige dat ik weet
entropie
Is god een algoritme?

kleien

Klei is een prachtig materiaal. Het is iets en niets. Het heeft geen vorm totdat we er vorm aan geven, van simpele bakstenen tot de mooiste sculpturen. We zijn voortdurend aan het kleien. Uit goddelijke klei vormen we ons leven. De klei waar het leven in opgesloten lag maar dat wachtte op onze begeestering om het iets van het niets te scheiden. Een levensloop te creëren die er al was maar niet kon worden beleefd zolang iets en niets nog in de klei verborgen lagen.

Zie ook:
scheppingskracht
iets of niets

goddelijk leven

Het leven is niet stug en doods. Het is levendig en beweeglijk. Je kunt het niet in een hokje plaatsen. Het ontsnapt aan iedere structuur die je eromheen probeert te bouwen. Er is zelfs geen godsbeeld dat het kan omvatten en bevatten. Het leven zelf is god.

agnost

Ik ben geen atheïst. Dit betekent niet dat ik in god geloof, in een onbereikbaar wezen dat boven mij staat. Wanneer je toch een stempel op me zou willen drukken, noem me dan een agnost. Voor een agnost valt het al of niet bestaan van god niet te bewijzen. Geloof ik dan helemaal nergens in? Ik geloof in de scheppingskracht en in de tegenstrijdige mogelijkheden die deze kracht oplevert. Je kunt net zo goed stellen en beargumenteren dat god wel bestaat als dat hij niet bestaat. Ik richt me liever op deze tegenstrijdigheid. Door mijn onverdeelde aandacht hierop te richten krijg ik toegang tot goddelijke inzichten en voorkom ik dat ik verstrikt raak in religieuze dogma’s.

Zie ook: gnosis

 

iets of niets

Waarom geloven we wel in een goddelijk iets maar niet in een goddelijk niets? Zijn we zo onzeker van onszelf dat we de schijnbare zekerheid van het iets nodig denken te hebben? Durven we het iets misschien niet los te laten omdat we bang zijn onszelf te verliezen in het niets? Maar is jezelf verliezen niet juist de voorwaarde voor een goddelijke ervaring? Waarom zou je jezelf dan niet overgeven aan het niets? Het niets dat je niet kunt vasthouden en dus ook niet hoeft los te laten.

Zie ook:
Bestaat god?
Geloof je in God?

 

Bestaat god?

Wie de vraag kent, kent het antwoord. Toch zie ik in eerste instantie niet het antwoord op de vraag: Bestaat god? Omdat ik het gevoel heb dat het antwoord op het puntje van mijn tong ligt blijf ik me concentreren. Eigenlijk is de vraag heel vreemd. Ik vraag mezelf af of god wel of niet bestaat. Ik ga er blijkbaar van uit dat iets kan bestaan zonder het niets. Het niets is echter dat wat het iets omkadert zoals een beeld niet kan bestaan zonder de lege ruimte er omheen. Anders gezegd: God bestaat bij de gratie van wat god niet is. God is alles en niets. De vraag ‘Bestaat god?’ is een onzinnige vraag. De vraag probeert te splitsen wat niet te splitsen is.

Zie ook:
Geloof je in god?
Bestaat god?
iets of niets

 

een goddelijk persoon

Ik ontken niet dat wat sommigen god noemen een persoonlijke vorm kan hebben. Sterker nog, ik zou hem of haar graag eens de hand schudden en recht in de ogen kijken. Ik denk dat dit diepe inzichten en gevoelens in me kan losmaken. Het zal echter geen einde maken aan mijn zoektocht. Ik zal mijn eigen goddelijkheid onder ogen moeten leren zien. De paradox doorgronden dat ik behalve een in de tijd opgesloten goddelijk kind ook de tijdloze goddelijk ouder van het kind ben.

Zie ook:
goddelijk feestje
wat moet het toch fijn zijn om
zelfs god niet
Is er leven na de dood?