Categoriearchief: paradijs

De oorspronkelijke Perzische betekenis van paradijs is ommuurde lusthof. Augustinus gebruikte het woord voor ‘plaats van geestelijk geluk’, het hemelse hiernamaals.

vervolgverhaal

Stel dat ik de schrijver ben van mijn levensverhaal en dat er een leven is na de dood, dan ben ik misschien ook de schrijver van het verhaal na mijn dood. Deze gedachte is niet zo vreemd. Bijna alle godsdiensten gaan er vanuit dat wat je denkt, voelt en doet bepalend is voor je leven na de dood. Afhankelijk van hoe je hebt geleefd, beland je bijvoorbeeld in de hemel of in de hel. Geloof ik zelf in een hemel of hel als eindbestemming? Nee, voor mij zijn dit op z’n best tijdelijke manifestaties van illusies die we gedurende ons leven creëren. Het doel van de scheppingskracht reikt verder dan dit. Het wil actief aanwezig zijn in steeds weer nieuwe creaties van zichzelf. Wanneer je ook na je dood deel wilt blijven uitmaken van dit scheppingsproces zul je alle illusies los moeten laten.

Zie ook: schrijven of beschrijven

grijstinten

Het leven is niet zwart of wit. Het is opgebouwd uit grijstinten. Desondanks gaan velen uit van een zwart wit bestaan. Is het niet in deze wereld dan wel in een leven na de dood wanneer je in de hemel of in de hel belandt. Deze visie doet geen recht aan de grijstinten van het leven. Door je open te stellen voor de grijstinten ontdek je de ware aard en functie van het bestaan: begrip en mededogen, kwaliteiten die zwart en wit met elkaar verbinden.

Zie ook:
troost
het een en het ander

voorbij de liefde

In nagenoeg alle bijna dood ervaringen wordt melding gemaakt van onvoorwaardelijke liefde in een schitterende omgeving waar zorgen en pijn als sneeuw voor de zon verdwijnen. De liefde komt in dit paradijs naar je toe in de vorm van een goddelijk persoon en van overleden vrienden en familie. Zij worden omringd met de mooiste kleuren, licht, muziek, bomen, planten en gebouwen. Er is iets wat me in deze verhalen intrigeert. De liefde heeft hierin een vorm die past binnen wat wij nu ook al ervaren. Misschien minder intens maar niet wezenlijk anders. Dit roept de volgende vraag bij me op: Is er nog iets dat voorbij deze door ons ervaren vormen van liefde ligt, iets dat de liefde overstijgt? Het gevoel van verbondenheid misschien? Of is dat één woord te veel?

religieuze scammers en kwakzalvers

Oplichters zijn geen personen met een boeventronie zoals de slechteriken in tekenfilms. Het zijn meestal charmeurs die over een grote overtuigingskracht beschikken. Een kwaliteit waarmee ze zichzelf verrijken ten koste van hun slachtoffers. Oplichters vind je overal, niet alleen in de seculiere wereld maar ook in sektes, evangelische kerken en fundamentalistische geloofsgemeenschappen. Hier vind je de religieuze scammers en kwakzalvers die gelovigen hun vrijheid en geld aftroggelen met valse beloften, zoals 72 maagden, de genezing van een ziekte of een eeuwig leven in het paradijs.

Zie ook: opgelicht

stel dat ..

Stel dat het leven zinloos is. Dat het niet meer is dan wat de evolutie ons te bieden heeft. Een fysiek proces van leven, overleven en voortplanten. Waarom zouden we dan, behalve uit eigenbelang, nog aardig zijn voor elkaar? Waarom zouden we niet als een Romeinse keizer maximaal genieten van de mogelijkheden tot vermaak, ook al gaat dat ten koste van anderen? Is het de angst voor de hel die ons tegenhoudt? Maar is ons beeld van de hel ook niet het product van de evolutie? Een systeem van schuld en boete waarmee de kudde het individu dwingt zich aan haar regels te houden? Groepsdruk waaraan we niet kunnen ontsnappen, zelfs niet door de dood? En geldt dat misschien ook voor ons beeld van de hemel, de plaats waar empathie en mededogen vanzelfsprekend zijn? Is ook dit beeld niet slechts een evolutionair product dat is ontstaan om de groepsband te versterken en de overlevingskans te vergroten?

Zie ook: beloning en straf

zelfs god niet

Wat is het geloof in een liefhebbende god toch mooi! Mocht je dood gaan en er blijkt geen god te zijn dan heb je in ieder geval een positief gevoel gehad tijdens je leven. Maar sta eens stil bij het beeld dat we van god hebben. Het maakt niet uit of dit het beeld is van een liefhebbende of van een straffende god. Wat voor gekke sprongen maken we wel niet om dit beeld in stand te houden? We gaan er van uit dat we na de dood in eindeloze en doelloze gelukzaligheid zullen rondwandelen in het paradijs en dat we, wanneer we niet goed hebben geleefd, zullen lijden in de hel. Alsof dit nog niet genoeg is martelen en doden we anderen omdat ze niet in ons godsbeeld geloven. Waarom laten we het beeld van god niet los en gaan op zoek naar de symmetrie van goed en kwaad, naar dat waar zelfs god geen naam voor heeft.

Zie ook:
wat moet het toch fijn zijn om ..
een goddelijk persoon

kerken

Kerken zijn meer dan gebouwen. Het zijn geloofsuitingen, zoals het hemel strevende geloof van gotische kerken. Toen ik niet zo lang geleden een gotische kerk bezocht probeerde ik me in te leven in degenen die er in de loop van de tijd hadden gebeden. Hoeveel van hen zullen wel niet onder de indruk zijn geweest van de in de hoogte verdwijnende pilaren, de gewelfde plafonds en het licht dat door de gebrandschilderde ramen op hen neerdaalde? Is wat zij hebben ervaren hetzelfde als wanneer ik een boek of gedicht lees waarvan de woorden als de treden van een ladder naar de hemel reiken? Die mij uitdagen en verleiden om alles los te laten en me over te geven aan een stroom van weten en voelen?

Zie ook: Sagrada Familia