Categoriearchief: oud worden en oud zijn

Hoe vaak heeft mijn overleden buurman Ed niet gezegd: Willem, oud worden is leuk, oud zijn niet. Dit klinkt overtuigend maar is het ook waar?

schreeuwlelijkerd

Soms zou ik een schreeuwlelijkerd willen zijn. Iemand die explosief en theatraal het leven de huid vol scheldt. Hoe graag ik het ook wil zijn, ik ben het niet. Ik ben een vriendelijke, rustige man die zichzelf en het leven observeert en analyseert. Waar in het orkest van het leven de schreeuwlelijkerd met krachtige paukenslagen het ritme probeert aan te geven, ben ik de dirigent die het podium heeft verlaten en waakzaam, te midden van het publiek, het orkest observeert en met een nauwelijks merkbare beweging probeert bij te sturen.

Zie ook:
registreren en regisseren

onrust
ik wil verwarring zaaien
recycling

transitie

Ik ben in transitie. Geen gender transitie van man naar vrouw. Ik voel me nog altijd man. Mijn lichaam straalt echter steeds minder uit wie en wat ik ben. Ik voel me jong maar mijn lichaam wordt geleidelijk dat van een oude man. Ik ben onzeker maar ik ben dat minder vaak dan mijn lichaam door mijn ziekte uitstraalt. Mijn transitie bestaat erin dat ik, ongeacht de veranderingen van mijn lichaam, wil blijven wie ik ben. Geen uitgeblust en onzeker mens maar iemand die zich intens betrokken voelt bij het leven. Een transitie van wie ik ben dóór mijn lichaam naar wie ik ben zónder mijn lichaam.

 

leven met beperkingen

Met het vorderen van de jaren word ik me steeds meer bewust van mijn beperkingen. Dit in tegenstelling tot de jaren dat ik middenin het arbeidsproces stond en dacht dat alles mogelijk was zolang ik er maar volledig voor ging. Je zou kunnen denken dat ik me geremd voel door de beperkingen. Het tegendeel is waar. Ze zetten me met beide voeten op de grond. Ik ben degene die bepaalt hoe ik ermee omga. Door de beperkingen te accepteren krijg ik inzicht in de symmetrie van wat kan en niet kan, van leven en dood.

Zie ook:
zen en de kunst van het schrijven
ik ben geen ..

 

laatbloeier

Ik ben tot ver in mijn jeugd een melkmuil geweest. Dat lag niet alleen aan mijn opvoeding maar ook aan mij. Ik ben een introvert mens en laatbloeier. Op de middelbare school kwamen mijn intellectuele vermogens maar stapvoets op gang. Toen ze uiteindelijk opbloeiden richtte ik ze niet op een leven in de wetenschap maar gebruikte ze om mijn geest te verkennen. De studie psychologie was een logisch vervolg. Ik liet deze studie na een aantal jaar los om mijn weg te vervolgen in de kunst. Na de gevoelsmatige verkenningstocht in de kunst deed ik werkervaring op in de commerciële wereld en in de non-profit sector. Ook dit liet ik los en ging verder als zelfstandig trainer en coach. Dit werk heb ik vijfentwintig jaar gedaan. Op dit moment ben ik met pensioen. Het grote verschil met de voorgaande jaren is dat mijn groei geen tijd meer kent, ik bloei nu zonder groei.

 

ik ben er straks toch niet meer

Een vrouw die wist dat ze nog maar een half jaar had te leven vertelde ‘Mijn man heeft een plant met gele bloemen gekocht voor in de tuin. Ik heb nooit geel gewild maar laat hem maar, ik ben er straks toch niet meer.’ Ik sta bij deze uitspraak stil omdat ik merk dat ik op dezelfde manier begin te denken. Het is niet zo dat ik ervan uitga dat ik binnenkort dood ga. Ik gebruik de gedachte ‘ik ben er straks toch niet meer’ om afstand te nemen van mijn ambities. Heeft iemand voorkeur voor een oplossing die ik zelf niet zou kiezen dan laat ik met deze gedachte mijn eigen oplossing los. Rust en vrede zijn in deze fase van mijn leven belangrijker dan ambitie.

 

ouderdomscadeautje

Ouderdom komt met gebreken. Een uitdrukking als deze legt een negatief stempel op het ouder worden. Gelukkig wordt dit ook regelmatig gerelativeerd door uitspraken zoals van mijn broer Theo “Van iedere tien jaar dat je hebt geleefd dien je minimaal één gezondheidsklacht te hebben overgehouden, anders ben je niet normaal.” Zelf heb ik dit soort mooie oneliners niet. Wel ervaar ik behalve de vele beperkingen ook de zegeningen van de ouderdom zoals gisteren toen ik een aantal kleinkunstenaars aan het werk zag. Ik genoot ten volle van hun show en besefte dat mijn eigen creatieve ambities me in het verleden regelmatig in de weg hadden gestaan bij het genieten van de creativiteit en het enthousiasme van anderen.

Zie ook: als je maar gezond bent

 

angst en twijfel

De machtsverhoudingen in de wereld veranderen. Dit roept angst en twijfel bij me op. Komt dit door mijn leeftijd? Zou ik toen ik jong was anders hebben gereageerd? Het voordeel van ouderdom is dat je hebt geleerd om rationeel afstand te nemen. Wanneer ik de veranderingen rationeel beschouw dan zijn de gevaren die ik zie reëel. Ik weet ook dat de maatschappij soms moet worden opgeschud om ruimte te creëren voor iets nieuws. Dit brengt risico’s met zich mee. Zo is er een grote kans dat we zullen worden meegesleept in een spiraal van onbegrip en geweld. Toen ik jong was besefte ik dit niet en koos ik emotioneel en impulsief voor verandering. Ik kon dit doen omdat ik in een roes leefde van jeugdige overmoed. Bovendien leken welvaart en welzijn vanzelfsprekend. Intussen weet ik beter. Het is dit inzicht dat me bang maakt. De twijfel ontstaat doordat ik op de scheidslijn sta van jong en oud.