Categoriearchief: discriminatie en racisme

Discriminatie en racisme vinden vaak hun oorsprong in het verlangen om bij een groep te horen. Lees eerst de column: discriminatie en racisme. Zie ook de categorie denken in tegenstellingen.

ontmenselijking

Ik heb moeite met de exclusieve aandacht voor de genocide van Joodse slachtoffers in de tweede wereldoorlog. De nazi’s probeerden niet alleen hen uit te roeien maar ook miljoenen politieke tegenstanders, gehandicapten, homo’s, Sinti en Oost-Europeanen. Onze aandacht zou zich meer moeten richten op de ontmenselijking van de totale groep slachtoffers. Op het streven van de nazi’s om de ziel van de mens te vernietigen door de slachtoffers sociaal te isoleren en hen met marteling, slavenarbeid en uithongering een langzame dood te laten sterven of door hen als vee af te voeren en industrieel te vermoorden. Een proces waarin veel slachtoffers hun menselijke waardigheid verloren. Door deze ontmenselijking politiek te initiëren en te institutionaliseren plaatsten de nazi’s de politiek op één lijn met fictieve moordenaars à la Hannibal Lecter. Onze aandacht zou zich meer moeten richten op deze politieke ontmenselijking. Wereldwijd zijn er immers nog altijd politieke partijen die één of meerdere stadia van ontmenselijking omarmen, zelfs in Israël. Hier heeft de politiek het wettelijk kader geschapen voor het onteigenen en isoleren van Palestijnen in getto’s op de Westbank en in de Gazastrook.

Zie ook:
erfgenaam
Turks getto
genocide
historische verantwoordelijkheid
over grenzen heen stappen

soort zoekt soort

We identificeren ons met mensen met wie we ons verwant voelen. ‘Soort zoekt soort.’ In mijn jeugd, in het katholieke zuiden, woonden en leefden katholieken en protestanten gescheiden van elkaar. Nu ik ouder ben merk ik dat we daarin nog maar weinig zijn veranderd. Ook autochtonen en allochtonen leven gescheiden van elkaar. Ik denk hier vaak aan wanneer gesproken wordt over discriminatie. Discriminatie stamt van het Latijnse discriminare ‘onderscheiden, scheiden’. Ons verlangen om onszelf te identificeren met groepen en personen met wie we ons verwant voelen maakt dat we een scheiding aanbrengen met degenen met wie we dat gevoel niet hebben. Om een einde te maken aan discriminatie zullen we het verlangen om onszelf te identificeren los moeten laten.

Zie ook: segregatie

schelden doet geen pijn

Een van de wijze lessen van mijn ouders was ‘Schelden doet geen pijn.’ Destijds begreep ik dit niet. Schelden deed immers wel pijn, niet fysiek maar emotioneel. Ik voelde me sociaal afgewezen door de scheldwoorden die werden gebruikt. Hoe groot de impact van sociale afwijzing is ben ik pas echt goed gaan begrijpen toen ik me verdiepte in de vraag waarom bepaalde woorden als kwetsend worden ervaren, zoals het woord neger. Het confronteert je met sociale afwijzing die je niet zelf hebt veroorzaakt. Persoonlijk heb ik met onterechte afwijzing leren omgaan door me minder afhankelijk te maken van de goed- en afkeuring van anderen. Hierdoor begrijp ik nu beter wat mijn ouders zeiden ‘Schelden doet geen pijn.’

Zie ook: discriminatie en racisme

segregatie

Tot mijn negentiende kende ik eigenlijk alleen Nederlanders die via een lange lijn van voorouders waren geworteld in de Nederlandse cultuur. De nationale kleur die ik daardoor heb gekregen vermengt zich steeds meer met die van Nederlanders met historisch minder diepe wortels. Deze integratie gaat niet vanzelf. Ik kies ervoor om de angst voor het onbekende en de eruit voortkomende weerzin onder ogen te zien. Anderen kiezen voor de gemakkelijke weg van humanistische eigenwaan en cultuurrelativisme of voor de conservatieve wereld van hun roots. Het gevolg is segregatie, naast elkaar levende bevolkingsgroepen die elkaar discrimineren en vervolgen.

Zie ook:
integratie
integratieproces
soort zoekt soort
kosmopolitische idealisten

smeltkroes

Bang voor onzekerheid hechten we ons aan alles wat een gevoel van zekerheid geeft, zoals cultuur, godsdienst en tradities. Zekerheden die ons opsluiten in een bubbel van eigenwaan en die ertoe leiden dat we onszelf moreel superieur voelen. Het is dit superioriteitsgevoel waartegen ik me sinds mijn jeugd verzet. Niet door me tegen personen te keren maar door me te verdiepen in hun zekerheden. In de smeltroes van zekerheden ontdekte ik vervolgens de rijkdom van de onzekerheid, van mogelijkheden in plaats van feiten, van ideeën in plaats van standpunten, van vragen in plaats van antwoorden, van verbinding in plaats van tegenstelling.

Zie ook: mogelijkheden

oeroud racisme

Racisme is van alle tijden. Zo is er een wijdverbreide opvatting dat homo sapiens vanaf haar komst in Europa superieur was aan de neanderthaler mens. Dit ondanks onderzoeken waaruit blijkt dat de neanderthaler mens een eigen cultuur had. Ze begroeven bijvoorbeeld hun doden en gaven ze grafgiften mee, ook beschikten ze over werktuigen, wapens, kralen, lijm en touw. Het enige dat je achteraf over het verschil tussen beide rassen kunt zeggen is dat ze een ander uiterlijk hadden en dat de integratie van beide rassen ten gunste van homo sapiens is beslecht. De verschillen waren namelijk niet zo groot dat er geen fysieke vermenging kon plaatsvinden. Twee tot vijf procent van ons DNA stamt af van de neanderthaler mens. De integratie heeft echter niet lang genoeg geduurd en was niet wijdverbreid genoeg om voor een groter aandeel van het neanderthaler DNA in ons DNA te zorgen. Het zou ook kunnen dat er duizenden jaren geleden al sprake was van rassendiscriminatie.

Zie ook: Neanderthalers 2.0

discriminatie en racisme

Discriminatie ‘ongelijke behandeling’ stamt van het Latijnse discriminare ‘scheiden, onderscheiden’. Racisme is de doctrine dat menselijke eigenschappen worden bepaald door ras of afstamming. Een ras is een groep mensen die gekenmerkt wordt door biologische eigenschappen. Rassendiscriminatie is onderscheid maken tussen mensen op grond van ras of afstamming en hen op grond daarvan anders behandelen dan anderen.

Er is iets dat mij irriteert in het discriminatie en racisme debat. Om vast te kunnen stellen wat mij irriteert heb ik eerst de betekenis van de meest gebruikte begrippen vastgesteld. Daarna heb ik mijn irritatie onderzocht. Wat mij irriteert is dat er in de discussie weinig aandacht is voor de vraag waarom we onderscheid maken tussen mensen. Ik kom tot vier belangrijke redenen. We zijn als dier voortdurend alert op alles wat afwijkt van het normale omdat het gevaarlijk zou kunnen zijn. De tweede reden is dat we ons beter willen voelen dan anderen. Dit superioriteitsgevoel creëert een mantel van zekerheid waarin we ons veilig wanen. De derde reden is dat we graag bij een groep willen horen. Om de groepsband te versterken dehumaniseren we andere groepen door ze een etiket op te plakken. De vierde reden is dat zwart-wit denken minder moeite kost en gemakkelijker is dan zelfreflectie en zelfkritiek. Terwijl ik hierbij stil sta denk ik aan de momenten dat ik zelf gediscrimineerd ben. Op de lagere school werd ik buitengesloten omdat ik het zoontje was van de hoofdonderwijzer. Op de middelbare school omdat ik geen atleet was. Nadenkend over hoe er op mij werd gereageerd besef ik dat er veel discriminatie en racisme verborgen zit in scheldwoorden als: rooie, zwartje, dom blondje, schele, nerd, manke, lange, vetzak, stijve hark, flikker, boerenkinkel, doos, hockeytrut, krielkip, mongool, sambalvreter, spleetoog, pukkelbek, schijtluis, snotaap, zenuwlijer.

Zie ook: schelden doet geen pijn