Categoriearchief: wetenschap

Wetenschap: het scheppen van het weten.

gezwam

Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die mijn columns gezwam vinden. Ik geef toe dat wat ik schrijf geen wetenschap is in de moderne betekenis van het woord, harde kennis gebaseerd op empirisch onderzoek. Ik ga in mijn columns uit van de etymologische betekenis van het woord wetenschap, de aard van het weten. Hoe meer ik me in het weten verdiep, hoe meer ik me bewust word van de verwantschap tussen spiritualiteit en weten. Spiritualiteit stamt van het Latijnse ‘spiritus’ wat ‘geest, ziel, adem’ betekent. De ziel voorziet het weten van adem. De ziel is net als de longen sponsachtig, ze trekt zich terug wanneer je er druk op uitoefent. Zullen degenen die mijn columns gezwam vinden, beseffen dat het woord gezwam verwant is aan het Hoogduitse woord schwammig ‘sponsachtig’?

Zie ook: spiritualiteit

orde en chaos

Er is een vraag die me achtervolgt: Zijn wij het resultaat van natuurkundige en wiskundige wetmatigheden? Hoe verder de wetenschap doordringt in het ontstaan van het heelal, hoe meer wetmatigheden ze ontdekt. Stel dat deze wetmatigheden werkelijk de grondslag vormen van ons bestaan. Wat is dan hun oorsprong? Is dat god? Is god de ultieme natuurkundige en wiskundige? Of zijn de wetmatigheden toeval? Maar zit er ook in toeval niet een wetmatigheid? Dien ik zoals een natuurkundige visie luidt er vanuit te gaan dat het heelal vanuit orde begon en in chaos uiteen zal vallen? Waarom blijf ik dan nog naar antwoorden zoeken terwijl iedere orde uiteindelijk toch in chaos uiteen zal vallen? Waarom accepteer ik niet wat mijn spirituele bewustzijn zegt, dat orde en chaos twee kanten van één medaille zijn?

Zie ook:
structuur
toeval of niet
het enige dat ik weet
entropie
Is god een algoritme?

Ben ik een genetische afwijking?

Volgens genetische onderzoekers aan de Vrije Universiteit wordt je reactie op de stelling ‘Ik beschouw mijn leven als zinvol.’ bepaald door je genen. Deze maken dat de een op zoek gaat naar de zin van het leven terwijl een ander er niet mee bezig wil zijn. Er zijn diverse kritische vragen die je hierover kunt stellen, zoals: Wat versta je onder zinvol? en Wat is de invloed van je persoonlijke eigenschappen en ervaring op de betekenis die je aan het begrip zinvol geeft? Ik laat deze vragen los en stel mezelf een andere vraag: Ben ik met mijn interesse in de zin van het leven een genetische afwijking? Volgens de wetenschap is mijn interesse namelijk betrekkelijk. Ik had net zo goed niet geïnteresseerd kunnen zijn. Maar is het niet de zin van het leven, dat je de betrekkelijkheid leert inzien van wat zinvol lijkt?

het enige dat ik weet ..

Ondanks al mijn vragen en antwoorden weet ik niet wat de oerknal in beweging heeft gezet of hoe vervolgens helium en waterstof zijn ontstaan en hoe daarin complexe en levende verbindingen ontstonden die zichzelf konden voortplanten. Stel dat het ontstaan van de eerste gassen toeval was. Hoe kan toeval dan tot zo’n samenhangend geheel als het menselijk lichaam hebben geleid? Ook verbaas ik me nog altijd over de cyclus van leven en dood en over de betrekkelijkheid van het mooie en goede in de wereld. Terwijl ik dit schrijf besef ik: Het enige dat ik weet is dat ik niets weet.

Zie ook:
‘Het enige dat ik weet is dat ik niets weet.’
Is god een algoritme?
oerkracht
toeval of niet
orde en chaos

 

toekomst

Ik herinner me dat ik als kind vooral vliegtuigen tekende en fabrieken met walmende schoorstenen. Dit paste bij de jaren vijftig toen we sterk geloofden in een toekomst waarin machines het dagelijks leven gemakkelijker zouden maken. In 1970 las ik het boek buitenaardse beschaving van Stefan Denaerde. In dit boek beschrijft hij de planeet Jarga waar automatisering, efficiency, rechtvaardigheid en onzelfzuchtige creativiteit de culturele leidraad vormden. Dit paste bij de toekomstvisie van de jaren zeventig. Ik ben nog altijd geïnteresseerd in wat de toekomst ons brengen zal. Op dit moment richt ik me op de ontwikkeling van het wereldwijde computer netwerk met haar op logaritmes gebaseerde kunstmatige intelligentie. Dit roept vragen op als: Zullen we in de toekomst onze emoties laten bepalen door wiskundige formules? Welke aspecten van onze persoonlijkheid zullen we inleveren om met intelligente robots te kunnen samenleven? Wat zal de invloed zijn van de stortvloed van informatie op ons concentratievermogen en ons empathisch vermogen? Zal het computer netwerk onze spirituele drang versterken of juist verzwakken? Wat de antwoorden ook zullen zijn, één ding is zeker, ze komen naar ons toe.

Zie ook
informatievloedgolf
Wie ben ik?

 

de theorie van alles

Het is de natte droom van veel natuurkundigen om als eerste een theorie te formuleren waarin de vier fundamentele natuurkrachten worden verenigd, de sterke en zwakke kernkracht, de elektromagnetische kracht en de zwaartekracht. Zelfs Einstein is het niet gelukt om deze krachten in één theorie samen te vatten. Dit betekent niet dat het de mens nooit zal lukken. De vraag is of je daarop moet wachten. We hebben dan wel geen theorie van alles maar wel een besef van alles. Een besef dat voor een deel al door de natuurkunde in begrippen en wetten is vertaald zoals in het begrip ruimtetijd. Door je opvattingen over ruimte en tijd los te laten ervaar je dat ruimte en tijd één geheel vormen. Binnen de filosofie stond deze ervaring aan de basis van het pantheïsme, het idee dat geest en stof één zijn, dat het de eigenschappen zijn van een goddelijke substantie die op en door zichzelf bestaat.

Zie ook: de slang die in haar staart bijt

 

scheppend vermogen

Volgens de kwantummechanica beïnvloedt de waarnemer met zijn waarneming de wijze waarop energie zich gedraagt. Dit zie je niet alleen in de natuurkunde maar ook in het dagelijks leven. Zo sturen de beelden die je van je partner hebt je seksuele energie waardoor nieuw leven ontstaat. Onze cultuur en technologie zouden niet bestaan zonder dit scheppend vermogen. Het geeft ons goddelijke mogelijkheden waarmee we de werkelijkheid naar onze hand kunnen zetten. Deze werkelijkheid is echter van onze waarneming afhankelijk en zal met ons als waarnemers vergaan. Wat overblijft is het goddelijk vermogen dat zich eindeloos herschept.