Categoriearchief: voorbeelden (door-)vragen

We hebben een uitdrukking die luidt: Wie de vraag kent, kent het antwoord. Hier enkele voorbeelden van vragen en doorvragen.

Ben ik een genetische afwijking?

Volgens genetische onderzoekers aan de Vrije Universiteit wordt je reactie op de stelling ‘Ik beschouw mijn leven als zinvol.’ bepaald door je genen. Deze maken dat de een op zoek gaat naar de zin van het leven terwijl een ander er niet mee bezig wil zijn. Er zijn diverse kritische vragen die je hierover kunt stellen, zoals: Wat versta je onder zinvol? en Wat is de invloed van je persoonlijke eigenschappen en ervaring op de betekenis die je aan het begrip zinvol geeft? Ik laat deze vragen los en stel mezelf een andere vraag: Ben ik met mijn interesse in de zin van het leven een genetische afwijking? Volgens de wetenschap is mijn interesse namelijk betrekkelijk. Ik had net zo goed niet geïnteresseerd kunnen zijn. Maar is het niet de zin van het leven, dat je de betrekkelijkheid leert inzien van wat zinvol lijkt?

toeval of niet

Hoe voorspelbaar is mijn leven? Is het voorgeprogrammeerd en leef ik in de matrix van iets of iemand of is het een opeenstapeling van toevalligheden? Zijn misschien zelfs de keuzes die ik maak toevalligheden in een toevallig bestaan? Moet ik de uitdrukking ‘Het toeval wil dat ..’ letterlijk nemen? Is toeval een zelfstandige kracht, een ander woord voor scheppingskracht? Een onafhankelijke kracht met maar één doel: zichzelf manifesteren, onverwacht en onvoorzien. Maar manifesteert deze kracht zich wel onverwacht en onvoorzien? Zit er misschien een patroon achter de toevalligheden waarmee ze zich manifesteert en bestaat de kern van dit patroon uit een oneindige cyclus van vragen en antwoorden zoals in deze column?

Zie ook:
kansen
het enige dat ik weet ..
orde en chaos

 

voltooid leven

Waarom zoek ik geen andere baan? Waarom ben ik nog altijd bij dezelfde vrouw? Twee vragen die je jezelf zou moeten stellen om te voorkomen dat je leven in een dodelijke sleur belandt. Vragen waar de meeste mensen wel begrip voor hebben. Minder begrip is er voor de volgende vraag: ‘Mijn leven is voltooid, waarom zou ik er dan nog mee doorgaan? Met name christenen reageren hier afwijzend op. Zij geloven dat het leven een goddelijk geschenk is dat je niet mag afwijzen door het op eigen initiatief te beëindigen. Zelf heb ik een dergelijk geloof niet. Ik kan me goed voorstellen dat ik op een bepaald moment klaar ben met leven. Dat het leven mij niets meer te bieden heeft. Stel dat ik op dat moment ook het leven niets meer te bieden heb, waarom zou ik dan niet mogen beslissen dat mijn leven voltooid is? Dat ik klaar ben met leven, klaar voor iets anders of voor het niets. Was het trouwens niet Christus zelf die koos voor een dood waaraan hij gemakkelijk had kunnen ontsnappen? De fysieke dood waarmee hij niet alleen ruimte gaf aan zijn goddelijke aard maar ook ruimte schiep voor anderen?

Zie ook: eindeloze beweging

 

laat los

In mijn werk als trainer heb ik duizenden mensen mogen helpen met het ontwikkelen van zelfreflectie en zelfkritiek. Dit deed ik door soms confronterend vragen te stellen en door persoonlijke feedback te geven. Er is ongetwijfeld iemand geweest die zich hierdoor aangevallen heeft gevoeld en die dit nog altijd niet kan loslaten. Hem of haar wil ik een laatste vraag stellen: Waarom laat je niet los? Kun je niet loslaten omdat je vindt dat je nog iets met mijn reactie zou moeten doen? Kwel je dan niet langer en doe er iets mee. Zag ik of je werkgever het volgens jou verkeerd? Waarom ben je er dan nog mee bezig? Laat los! Je hebt het recht om zelf te bepalen óf en hoe je jezelf wilt ontwikkelen. Bedenk echter wel dat je werkgever het recht heeft je te vragen mee te groeien met het bedrijf. Wil je jezelf niet ontwikkelen in de richting die hij van je vraagt en kun je hem niet overtuigen? Schraap dan je moed bij elkaar en zoek een andere werkgever.

 

toekomst

Ik herinner me dat ik als kind vooral vliegtuigen tekende en fabrieken met walmende schoorstenen. Dit paste bij de jaren vijftig toen we sterk geloofden in een toekomst waarin machines het dagelijks leven gemakkelijker zouden maken. In 1970 las ik het boek buitenaardse beschaving van Stefan Denaerde. In dit boek beschrijft hij de planeet Jarga waar automatisering, efficiency, rechtvaardigheid en onzelfzuchtige creativiteit de culturele leidraad vormden. Dit paste bij de toekomstvisie van de jaren zeventig. Ik ben nog altijd geïnteresseerd in wat de toekomst ons brengen zal. Op dit moment richt ik me op de ontwikkeling van het wereldwijde computer netwerk met haar op logaritmes gebaseerde kunstmatige intelligentie. Dit roept vragen op als: Zullen we in de toekomst onze emoties laten bepalen door wiskundige formules? Welke aspecten van onze persoonlijkheid zullen we inleveren om met intelligente robots te kunnen samenleven? Wat zal de invloed zijn van de stortvloed van informatie op ons concentratievermogen en ons empathisch vermogen? Zal het computer netwerk onze spirituele drang versterken of juist verzwakken? Wat de antwoorden ook zullen zijn, één ding is zeker, ze komen naar ons toe.

Zie ook
informatievloedgolf
Wie ben ik?

 

Wie ben ik?

Onze persoonlijkheid wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarin we leven. Deze cultuur wordt op haar beurt beïnvloed door maatschappelijke en technologische ontwikkelingen zoals de ontwikkeling van sociale media. Dit roept een reeks vragen bij me op: Door welke ontwikkelingen zullen toekomstige generaties worden gevormd? Wat zal bijvoorbeeld de invloed zijn van kunstmatige intelligentie? Zullen we onze emotionele intelligentie loslaten om aansluiting te kunnen krijgen bij de kunstmatige intelligentie? Wie zou ik zijn wanneer er geen cultuur was? Wie ben ik zonder genen en zonder persoonlijke ervaring? Wie ben ik zonder ik?

Zie ook:
Wat ben ik?
toekomst
denken en geloven
ik of jij
morele pijler
tijdgeest

 

hersenschim

Je hersenen herhalen en interpreteren alles wat je ziet, ruikt, hoort, proeft en aanraakt. Een voorbeeld: Na een dag snoeien zag ik toen ik onder de douche stond en mijn ogen dicht deed in gedachten allemaal takken. Ook mijn dromen blijken nauw verbonden te zijn met de indrukken die ik overdag opdoe. Ik zie in mijn dromen beelden die ik de dag tevoren heb gezien maar die slechts vaag tot me waren doorgedrongen. Het is alsof mijn hersenen de slaap nodig hebben om deze beelden goed te laten landen. Dit roept een reeks vragen bij me op: Is mijn hele leven niet één grote hersenschim? Is het misschien de droom van iets of iemand anders? Is dit iets of iemand misschien het goddelijke dat mij nodig heeft om zichzelf te verwerken door zich in mij te verwerkelijken?

Zie ook:
dromen
schaduwwereld
de zeepbellenfabriek