Categoriearchief: Socrates

Socrates, een van de grootste westerse filosofen en een meester in het doorvragen.

Wat blijft er van mij over?

Wat blijft er van mij over wanneer ik een solitair dier zou zijn? Zou ik dan nog altijd liefde en verbondenheid voelen? Anders gezegd: Wat is het gevoel dat onafhankelijk is van alles en iedereen? Is het woord gevoel trouwens wel het juiste woord? Dekt bewustzijn niet beter de lading? Bewustzijn ofwel het weten dat ik ben. Bewustzijn stamt van ‘bewissen’ (weten, zich vergewissen). Weten is verwant aan het Latijnse werkwoord ‘videre’ (zien). In de filosofie van de taal gaan we er blijkbaar vanuit dat je iets moet kunnen zien om je er bewust van te kunnen zijn. Maar wanneer er niets is in mijn omgeving dan kan ik ook niets zien. Moet ik misschien het woord ‘bewust’ weglaten en me richten op het laatste deel van het woord bewustzijn, ‘zijn’? De drang om te willen weten loslaten en accepteren dat ik niets weet en toch ben?

Zie ook: Het enige dat ik weet is dat ik niets weet.

doorvragen

Ik gebruik in mijn columns regelmatig de techniek van het doorvragen. Een belangrijk aspect van het doorvragen heb ik nog niet toegelicht. Zodra ik vragenderwijs de grens van mijn denken heb bereikt, word ik overvallen door onzekerheid. In eerste instantie klem ik me dan vaak vast aan bekende antwoorden. Het is een uitdaging om hier niet aan toe te geven en mezelf vragenderwijs open te blijven stellen voor het onbekende. Erop te vertrouwen dat het meest waardevolle antwoord wordt gevonden door vol te houden en mezelf niet te hechten aan wat in woorden of formules is te vatten. De echt waardevolle antwoorden vind ik niet, ze komen naar me toe in de vorm van inzichten en gevoelens zodra ik, aangekomen bij de grens van mijn denken, het denken loslaat.

Zie ook:
Socrates
de rede
de yoga van het denken

 

het enige dat ik weet ..

Ondanks al mijn vragen en antwoorden weet ik niet wat de oerknal in beweging heeft gezet of hoe vervolgens helium en waterstof zijn ontstaan en hoe daarin complexe en levende verbindingen ontstonden die zichzelf konden voortplanten. Stel dat het ontstaan van de eerste gassen toeval was. Hoe kan toeval dan tot zo’n samenhangend geheel als het menselijk lichaam hebben geleid? Ook verbaas ik me nog altijd over de cyclus van leven en dood en over de betrekkelijkheid van het mooie en goede in de wereld. Terwijl ik dit schrijf besef ik: Het enige dat ik weet is dat ik niets weet.

Zie ook:
‘Het enige dat ik weet is dat ik niets weet.’
Is god een algoritme?
oerkracht
toeval of niet
orde en chaos

 

eudaimonía

Doorvragend op de opvattingen van zijn gesprekspartners legde Socrates de essentie van hun moraal en opvattingen bloot. Voor hemzelf leidde deze reflectie tot de uitspraak ‘Het enige wat ik weet, is dat ik niets weet.’ Zijn leerling Plato ging minder ver. Volgens hem leven we in een ruimtelijk gebonden wereld die de schaduw is van de echte wereld, een wereld van ongebonden abstracte ideeën. Volgens Aristoteles was de natuur de enige werkelijkheid en waren abstracties het product van de manier waarop we de natuur waarnemen en met ons denken categoriseren. Moderne wis- en natuurkundigen gaan verder op de door deze filosofen ingeslagen weg. Zij onderzoeken empirisch en logisch redenerend de natuur en proberen de abstracties te benoemen van waaruit de natuur zich heeft gevormd. Waar zij zich voor lijken af te sluiten is wat Aristoteles eudaimonía een ‘goede ziel’ ofwel geluk noemt. Volgens hem kan het geluk worden gevonden tussen uitersten. Wanneer je dit toepast op de gecombineerde visie van Socrates, Plato en Aristoteles dan kun je het geluk vinden tussen aan de ene kant het weten dat is gebaseerd op de concrete werkelijkheid welke is gevormd vanuit abstracties en aan de andere kant dat wat zelfs Socrates niet wist.

Zie ook:
het enige dat ik weet ..
schaduwwereld

 

Het enige dat ik weet is dat ik niets weet.

Socrates is behalve door zijn vermogen om kritisch door te vragen vooral beroemd geworden door zijn uitspraak: Het enige wat ik weet is dat ik niets weet. Een gemakzuchtig mens zou hier de conclusie uit kunnen trekken: Waarom zou ik dan nog iets willen weten? Dit gaat voorbij aan de reden waarom Socrates vragen stelde. Doorvragen was voor hem een zoektocht naar wijsheid en zuiverheid. Wanneer je deze zoektocht weet vol te houden bereik je het punt waarop je ontdekt dat alle kennis ontoereikend is om te beschrijven wat je aan het einde ziet en ervaart. Woorden die de ervaring nog het best beschrijven zijn: verwondering, ontzag en betrekkelijkheid. De betrekkelijkheid, ontoereikendheid van je kennis.

Zie ook:
het enige dat ik weet ..
Wat blijft er van mij over?

 

ironie

Het woord ironie stamt af van het Griekse eirōneíā, geveinsde onwetendheid. Het is bekend geworden door Socrates die met zijn vragen de onwetendheid van zijn gesprekspartners aantoonde. Op sommigen kwam dit over alsof hij de spot met hen dreef.

Ik stel mezelf voortdurend vragen die me confronteren met mijn onwetendheid. Op de momenten dat ik de grens van mijn weten bereik, moet ik glimlachen. Dit is geen ironische glimlach waarmee ik de spot drijf met mezelf. Het is de glimlach van de overgave

 

Socrates

Zo’n 2400 jaar geleden werd door de Griekse filosoof Socrates één van de belangrijkste pijlers van onze westerse cultuur geslagen: het kritisch doorvragen. Dit kritisch doorvragen trotseert al eeuwenlang allerlei politieke en religieuze stormen. Periodes waarin dogma’s hoogtij vierden. Tijden waarin men liever koos voor de ogenschijnlijke zekerheid van het verworven antwoord dan voor de moeilijke weg van het doorvragen. Bij het doorvragen moet je je eigen onzekerheid onder ogen zien. Of zoals Socrates zei: Ik weet maar één ding, dat ik niets weet. Ook zul je, wanneer je de weg van het kritisch doorvragen bewandelt, jezelf moeten verweren tegen iedereen die de waarheid denkt te hebben gevonden. Tegen Socrates werd een rechtszaak aangespannen omdat hij met zijn vragen de jeugd liet twijfelen aan het geloof in goden en in de kinderen van goden. Hij werd door de rechtbank van vrije burgers ter dood veroordeeld. Misschien had hij nooit zo’n grote impact op onze cultuur gehad als hij de vluchtmogelijkheden die hem werden geboden had aangegrepen. Hij onderging echter zijn straf en stierf in 399 voor Christus door het drinken van de gifbeker.

Zie ook:
ironie
doorvragen