Categoriearchief: vrije meningsuiting

theocratisch Amerika

Volgens de leiders in een theocratie zijn zij door god uitverkoren voor een gecombineerde politieke en religieuze taak. Dit is anders dan in een democratie waar kerk en staat wettelijk zijn gescheiden. In Amerika ligt deze scheiding vast in het eerste amendement van de grondwet. Dit amendement verbiedt het Congres wetten te maken die een bepaalde religie bevoorrechten. Desondanks glijdt Amerika af naar een theocratie. Op het eerste oog valt dit niet op omdat er bijvoorbeeld  geen presidenten zijn die ook een geestelijk ambt bekleden. Toch heeft de geestelijkheid een grote vinger in de pap via christelijke organisaties als ‘The Fellowship’. Bovendien heeft iedere president persoonlijke banden met fundamentalistische predikanten en is hij voor zijn verkiezing van hen afhankelijk. Voor deze christenen maakt het niet uit of de president doodsbedreigingen uit, liegt, bedriegt, zijn macht misbruikt en zich bezondigt aan zelfverheerlijking zolang hij hun politieke agenda maar ten uitvoer brengt, zoals de aanstelling van conservatieve rechters bij het hooggerechtshof.

Zie ook: theocratie

vrije meningsuiting

Wat heb je aan het recht op vrije meningsuiting wanneer er niet naar je wordt geluisterd? Doordat er zoveel mensen zijn met een eigen mening lijkt mijn mening soms te verdrinken in de massa. Dit roept de vraag bij me op of ik wel zo nodig een eigen mening wil blijven vormen, laat staan dat ik deze zou willen uiten. Mijn vraag blijkt bij nadere beschouwing echter even absurd als de grasspriet die twijfelt aan het nut van zijn bestaan. De waarde van mijn mening zit in de mate dat ik me ervan bewust ben. Tezamen met de oprechte en diep doorvoelde meningen van anderen vormt het één indrukwekkend grastapijt waarover ik mij vrij voortbeweeg.

 

Waar blijven de kritische moslims?

We leven in een open maatschappij die al eeuwen wordt gevoed door kritische denkers. Zij staan aan de basis van onze wetgeving en van het recht op vrije meningsuiting. Dit recht is niet vrij in de zin dat er geen regels zijn. Zo is haat prediken verboden. Op dit moment is er in de wereld een grote groep haatpredikers die hun leven baseren op de koran en die menen dat zij mensen tegen elkaar op mogen zetten en uitmoorden op basis van dit boek. Ook in Nederland zijn er mensen die hun handelen baseren op de koran. Zij zijn, gebruik makend van de verworvenheden van de open maatschappij, moreel schatplichtig aan de samenleving en dienen kleur te bekennen. Niet door alleen maar te zeggen dat de koran een boek van vrede en liefde is maar door dit ook helder en bondig met teksten uit de koran te onderbouwen en de argumenten van de haatpredikers openlijk aan een kritische beschouwing te onderwerpen.

Hier een kritische moslim site: islamitische kwesties

Zie ook: Zet de islam aan tot haat?

 

megalomane beschaving

Een megalomaan persoon is iemand die denkt dat hij belangrijker is dan andere mensen en daarom boven de wet staat. Hitler was met zijn fascistische opvattingen en grootse plannen een voorbeeld van een megalomaan persoon. Megalomanie beperkt zich niet tot personen. Er zijn ook megalomane beschavingen. Landen waar de inwoners menen dat alleen zij beschaafd zijn en daarom boven  anderen zijn verheven. Als inwoner van een dergelijk land is het moeilijk om je bijdrage aan de grootheidswaanzin te herkennen. Dit is extra moeilijk wanneer de grootheidswaan heeft geleid tot groepscensuur en de vrije meningsuiting heeft beperkt. Wil je voorkomen dat de cultuur waarin je leeft ineenstort onder het gewicht van een dergelijke grootheidswaanzin dan dien je niet alleen te strijden voor het recht op vrije meningsuiting. Je dient ook je meningen, gevoelens en gedrag te onderwerpen aan zelfreflectie en zelfkritiek. De eerste zelfkritische vraag die je zou kunnen stellen is: Leef ik in een megalomane beschaving en in hoeverre ben ik medeverantwoordelijk voor het megalomane karakter?

Zie ook:
beschaving
een megalomane staat

 

zwijgen

In een wereld van vrije meningsuiting en van “zeggen wat je denkt” is het een kunst om op het juiste moment te zwijgen. Niet in discussie te treden met mensen die hun gebrek aan zelfreflectie proberen te maskeren door de verbale strijd met je aan te gaan. Herken en erken de drang om er op te reageren. Weet dat de  strijdlust waarmee je wordt geconfronteerd onderdeel is van een geest die probeert te overleven. Door de strijdlust niet te voeden wordt de geest gedwongen zichzelf onder ogen te zien.

Zie ook:
discussie
geen reacties

 

spagaat

Het woord spagaat is zo’n woord waarbij je jezelf afvraagt of je het goed uitspreekt en of het wel het juiste woord is. Er is sprake van een spagaat wanneer je, zittend op de grond, je ene been naar voren strekt en het andere been naar achteren.

De laatste weken heb ik het gevoel alsof ik in een spagaat zit. Aan de ene kant hecht ik aan de vrijheid van meningsuiting. Aan de andere kant vind ik dat we grenzen moeten stellen aan de wijze waarop we gebruik maken van dit recht.

Op een dieper niveau zit ik nog meer vast. Aan de ene kant de cultuur van tolerantie, gebouwd op gemakzucht en egoïsme. Aan de andere kant de cultuur van dogma’s en vreemdelingenhaat, gebaseerd op onbegrip en angst.

Ik wil me uit dit spagaat bevrijden. Het liefst kom ik rechtstandig omhoog. Dit lukt me niet. Waarschijnlijk moet ik me laten vallen en omhoog krabbelen.

Zie ook: tolerantie

 

columnist

Ik ben geen columnist! Ik schrijf niet over het dagelijks leven in de hoek van de krant. Ik ben ook niet de horzel in de pels van de vrije meningsuiting. Niet de taalkunstenaar die zijn rauwe gevoel, linkse of rechtse sympathieën, met vaardige hand op papier smijt.

Mijn schrijfsels zijn minimalistische aanzetten tot een eigen gedachtegang. Ik vul niet alles voor je in. Ik wil dat je zelf nadenkt. Ik daag je uit om de gaten van de kaas te onderzoeken. In te vullen wat niet gezegd wordt, de randen van de leegte te verkennen.

Volgens van Dale is een column ‘een regelmatig verschijnende rubriek met een eigen karakter’. Ik wil geen eigen karakter, schrijf niet regelmatig. Toch schrijf ik. Ik wil iets vertellen al is het maar het feit dat ik niets wil vertellen. Ben ik dan toch columnist?