Categoriearchief: 2004

Columns uit 2004 op het spiritualiteit blog: ‘zoeken vinden loslaten’ door Willem Razenberg.

stofslurpers

Ze hebben geen eigen inbreng. Parasiteren op het succes van anderen. Als pissebedden verschuilen ze zich in de donkere hoeken van de organisatie. Hier zijn ze druk bezig het stof uit te pluizen en te sorteren.

Stofslurpers denken niet in oplossingen maar in problemen. Becommentariëren hen die in het volle daglicht hun werk doen. Het zijn in hun ogen uitslovers die met roddel en achterklap moeten worden bestreden. Zelf vullen ze hun dagen met activiteiten die ze in een fractie van de tijd zouden kunnen doen. Versterken hun positie met medewerkers die hun zware bestaan moeten ontlasten.

Ook deze slaven van het stof komen binnen de kortste keren om in het werk. Hebben andere slaven nodig. Bedenken nieuwe werkzaamheden om dit te rechtvaardigen: het recyclen en produceren van stof.

 

geloof

Geloof jij ergens in?
Ik denk wel dat er iets is.
Wat is dat iets voor jou?
Dat er meer is tussen hemel en aarde.
Een god dus?
Nee, onverklaarbare zaken.
Dingen die je verstand te boven gaan?
Ja.
Maar dit alles moet toch een doel hebben?
Misschien is het hebben van geen doel wel het doel.
Met jou valt niet te praten, tot morgen!

Morgen is wanneer gisteren vandaag is.

 

duivels

Halleluja, wij hebben de duivel teruggevonden. Wij hebben hem lange tijd moeten missen. Jarenlang verkneukelden we ons in het idee dat we hem waren ontgroeid, dat hij geen grip meer op ons had. Zelfgenoegzaam keken we naar de wereld. Verbaasden ons over de tegenstelling tussen goed en kwaad.

Wij stonden gelukkig boven deze tegenstelling. Wij vonden onszelf vriendelijk en verdraagzaam. Genoten van het goede dat de wereld te bieden had. Niet dat we stil zaten. We reisden stad en land af op zoek naar nieuwe genoegens. Ons leidmotief was: De wereld is een schouwtoneel, ieder speelt zijn rol en krijgt zijn deel.

Ons deel is kleiner geworden. Moord en doodslag zijn onze wereld binnengedrongen. Weg is het gevoel van veiligheid. Krampachtig proberen we haar terug te vinden. Bouwen dikke muren om ons heen. Vanuit de torens observeren we de vijand. Bij iedere haas of vos die we zien, blazen we op onze trompetten.

Dankbaar verwelkomen we de adrenaline in onze aderen. Vanaf de kantelen van de hervonden veiligheid gooien we brandend pek naar de vijand. De haan die het ochtendlicht begroet, wordt neergeschoten. De vogel in de lucht wordt bekogeld met stenen. Met bloeddoorlopen ogen kijken we elkaar aan.

Paniek. De vijand is binnen de muren. Het kwaad is ongemerkt naar binnen geslopen. Heftig halen we uit naar eenieder die ons in de weg staat. We willen vluchten. Het lukt niet. Waar moeten we heen? Blind verwonden we onszelf. We staan niet boven de tegenstelling. We staan er middenin.

 

spagaat

Het woord spagaat is zo’n woord waarbij je jezelf afvraagt of je het goed uitspreekt en of het wel het juiste woord is. Er is sprake van een spagaat wanneer je, zittend op de grond, je ene been naar voren strekt en het andere been naar achteren.

De laatste weken heb ik het gevoel alsof ik in een spagaat zit. Aan de ene kant hecht ik aan de vrijheid van meningsuiting. Aan de andere kant vind ik dat we grenzen moeten stellen aan de wijze waarop we gebruik maken van dit recht.

Op een dieper niveau zit ik nog meer vast. Aan de ene kant de cultuur van tolerantie, gebouwd op gemakzucht en egoïsme. Aan de andere kant de cultuur van dogma’s en vreemdelingenhaat, gebaseerd op onbegrip en angst.

Ik wil me uit dit spagaat bevrijden. Het liefst kom ik rechtstandig omhoog. Dit lukt me niet. Waarschijnlijk moet ik me laten vallen en omhoog krabbelen.

Zie ook: tolerantie

 

columnist

Ik ben geen columnist! Ik schrijf niet over het dagelijks leven in de hoek van de krant. Ik ben ook niet de horzel in de pels van de vrije meningsuiting. Niet de taalkunstenaar die zijn rauwe gevoel, linkse of rechtse sympathieën, met vaardige hand op papier smijt.

Mijn schrijfsels zijn minimalistische aanzetten tot een eigen gedachtegang. Ik vul niet alles voor je in. Ik wil dat je zelf nadenkt. Ik daag je uit om de gaten van de kaas te onderzoeken. In te vullen wat niet gezegd wordt, de randen van de leegte te verkennen.

Volgens van Dale is een column ‘een regelmatig verschijnende rubriek met een eigen karakter’. Ik wil geen eigen karakter, schrijf niet regelmatig. Toch schrijf ik. Ik wil iets vertellen al is het maar het feit dat ik niets wil vertellen. Ben ik dan toch columnist?

 

schapendrift

Naast mijn huis lopen vijf schapen, een ram en vier ooien. Samen vormen ze een kleine kudde. Regelmatig vinden er schermutselingen plaats waarbij de schapen hun plaats in de groep bevechten. Gedreven door hun driften, slaan ze de koppen tegen elkaar om te bewijzen wie de baas is.

Als mens doen we hetzelfde. Van jongs af aan bevechten we onze positie in de groep. We strijden met broers, zussen en leeftijdsgenoten om de beste plaats aan de voederbak. Ouder geworden, bevechten we onze collega’s op weg naar de top. Nationaal en internationaal strijden we voor een eigen ruimtelijk en moreel territorium.

In de Nederlandse cultuur bepaalden we tot nu toe de grenzen van ons territorium met het verstand. Dit gebeurde steeds genuanceerder. Je moest heel taalvaardig zijn om er nog iets van te kunnen begrijpen. De laatste jaren zien we een tegenbeweging. Het vaststellen van de grenzen wordt meer en meer een emotioneel proces.

Politici, opgegroeid in de verstandscultuur, proberen nu krampachtig aansluiting te vinden bij de emoties van de kiezers. Deze onderzoeken op hun beurt hun grenzen via de emotie tv. Beschermen emotioneel assertief hun territorium op straat en in de politiek. Durven steeds krachtiger hun emotionele grens aan te geven.

De ruimte die we voor onze emoties claimen gaat ten koste van het verstand. Het zwart-wit denken groeit. Het zal nog wel enige tijd duren voordat de balans is hersteld. Voordat het zo ver is, bent u misschien geholpen met het idee dat de schapen naast mijn huis tot het kleinste schapenras op deze wereld behoren.

 

rattenblues

Ik moest denken aan het boek ‘Hoe word ik een rat?’ toen ik de kenmerken las van een psychopaat, opgesteld door de forensisch psycholoog Hare. Volgens hem is een psychopaat een gladde prater die zich beter voor doet dan hij is. Het is een gewetenloos mens, man of vrouw, die kil en ongevoelig, liegt, bedriegt en anderen manipuleert om zijn egoïstische doelen te bevredigen.

In het boek ‘Hoe word ik een rat?’ met als subtitel: ‘de kunst van het konkelen en samenzweren’, wordt door de auteur Joep Schrijvers dieper ingegaan op de kunst van het naaien, vernederen, pootje lichten en slachtofferen. Volgens Schrijvers bestaat rattenwerk uit het benutten van de zwakheden van anderen ten eigen bate. Een goede rat herken je niet als rat. Het zijn opportunisten die calculeren, plannen smeden en toeslaan.

Veel managers zijn gecharmeerd van het boek. Zij herkennen er anderen in, zeggen ze. Sommigen hopen echter te kunnen delen in de revenuen van de rattenwereld. Een wereld die meer kost dan oplevert. Het konkelen en piepelen van mensen kost tijd en energie. Ratten stoppen hun energie niet in het bedrijf maar in het bouwen van een ego.

Het wordt tijd dat we stoppen met hen te bewonderen, dat we de ratten uit hun holen verdrijven, hun opgeblazen ego’s lek prikken. Volgens Hare voldoet namelijk één op de honderd mensen aan het profiel van een psychopaat. Laten we ons niet neerleggen bij de ‘monday morning blues’ zoals Joep Schrijvers in zijn nieuwe boek ‘het maandagmorgengevoel’ beschrijft. Hoe mooi de blues ook zijn, ze hebben de negers niet bevrijd van de opgeblazen ego’s van de slavenhandelaren.

Zie ook: mijn baas is een psychopaat